ECLI:NL:RBNNE:2026:2912

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
11913134 BU VERZ 25-2100
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond op boete voor het negeren van voorsorteerpijl op kruispunt

Betrokkene kreeg een boete van €309 opgelegd wegens het volgen van een andere richting dan de pijl op de voorsorteerstrook op een kruispunt in Heerenveen. Hij stelde dat de verkeerssituatie onduidelijk was en dat hij door omstandigheden zoals donkerte, regen en druk verkeer genoodzaakt was af te wijken van de regels om veilig zijn bestemming te bereiken.

De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat en dat betrokkene geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die matiging van de boete rechtvaardigen. Er was geen sprake van een onduidelijke situatie of fuik. Het feit dat betrokkene haast had of dat het donker was, rechtvaardigt geen afwijking van de verkeersregels.

Ook het verweer dat betrokkene niet wist dat hem een boete zou worden opgelegd, werd verworpen omdat hij bij staandehouding was gewaarschuwd. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de boete.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het negeren van de voorsorteerpijl wordt ongegrond verklaard en de boete van €309 blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 270667005
zaaknummer: 11913134 BU VERZ 25-2100
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 2 juli 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘op een kruispunt een andere richting volgen dan de pijl op de voorsorteerstrook aangeeft’, verricht op 2 december 2024, om 17:44 uur, op de K.R. Poststraat in Heerenveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 2 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, zijn partner en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. K.S.L. Kattick.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is
.De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene stelt dat hij door een verwarrende verkeerssituatie genoodzaakt was over de voorsorteerstrook te rijden. De reguliere verkeersrouting in combinatie met de situatie op dat moment leidde hem niet naar zijn bestemming. Het was op een avond in november, waarbij het donker was en het regende. De route van De Knipe naar Sportstad is onduidelijk en er ontbreken aanwijzingen over welk voorsorteervak men moet kiezen. Bij druk verkeer kan een verkeerde keuze leiden tot gevaarlijke situaties of kan men van de bestemming worden weggevoerd. Betrokkene heeft steeds gezocht naar de veiligste manier om zijn bestemming te bereiken, zonder daarbij onveilige situaties te veroorzaken. Op de zitting heeft hij aangevoerd dat ze op tijd bij Sportstad wilden zijn, omdat zijn zoon van veertien was geselecteerd voor het regioteam. Toen hij eenmaal op de K.R. Poststraat was, kwam hij in de problemen. Hij zag op het bord dat hij rechtsaf moest, maar daar stond het stil en kwam er verkeer achter hem. Betrokkene schatte in dat het niet veilig was om te stoppen en reed langzaam door tot men hem liet invoegen. Een dergelijke gelegenheid heeft zich niet voorgedaan. Hij stond toen voor het stoplicht in de middelste baan en toen alle stoplichten op groen sprongen, maakte hij de inschatting dat hij veilig rechtdoor kon rijden. Toen hij over de doorgetrokken streep reed, ging hij zo snel mogelijk naar de meest linkse rijstrook. Betrokkene heeft het idee dat hij in een fuik terecht is gekomen. Tot slot heeft hij op de zitting aangevoerd dat hem bij de staandehouding niet is verteld dat hij een boete zou krijgen, waardoor deze rauw op zijn dak kwam.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen daartoe aanleiding geven. Van een onduidelijke situatie of fuik is niet gebleken. Als het niet mogelijk is om in te voegen in de gewenste voorsorteerstrook, is het niet aan betrokkene om naar eigen inzicht van de geldende regels af te wijken. Het verweer dat betrokkene en zijn zoon graag op tijd wilden zijn bij Sportstad en hij in het moment de keuze had gemaakt om rechtdoor te gaan, volgt de kantonrechter niet. Hiertoe overweegt hij dat betrokkene zelf heeft aangegeven dat ze ruim op tijd waren en dat haast hebben niet maakt dat van de verkeersregels mag worden afgeweken. Betrokkene had, juist toen het donker en druk was, de pijl op het wegdek moeten volgen; hij had met de stroom mee moeten gaan, waarbij hij desnoods op de eerste de beste rotonde had kunnen keren of de snelweg op had kunnen gaan. De pijlen zijn niet voor niets op het wegdek aangebracht en waarborgen de verkeersveiligheid. Verder is het niet vereist dat er daadwerkelijk gevaar is ontstaan; afwijkend rijgedrag van betrokkene kón immers een gevaarlijke situatie veroorzaken. Over het verweer dat het hem onduidelijk was dat hem een boete zou worden opgelegd, overweegt de kantonrechter dat betrokkene is staande gehouden en dat hij uit de cautie die daarbij aan hem is verleend had kunnen afleiden dat hij een boete zou ontvangen. Ook dit verweer treft dus geen doel.
7. Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat de boete terecht is opgelegd en ziet hij in de door betrokkene aangevoerde omstandigheden geen aanleiding de boete te matigen dan wel op nihil te stellen. Hij zal het beroep ongegrond verklaren.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.