ECLI:NL:RBNNE:2026:3038
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in verzoek tot toelating WSNP wegens belangen verhuurder en onstabiele situatie
Verzoekster heeft op 23 maart 2026 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP) met een verzoek tot voorlopige voorziening om ontruiming te voorkomen. De rechtbank behandelde het verzoek op 4 mei 2026, waarbij verzoekster niet verscheen, maar haar beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlener wel.
De verhuurder, Stichting Woonservice Drenthe, verzet zich tegen het verzoek en stelt dat er geen voortvarend minnelijk traject is geweest, dat er geen betalingen zijn gedaan op de huurschuld en dat er vermoedens van woonfraude zijn. De rechtbank constateert dat het eerdere moratorium niet heeft geleid tot stabilisatie en dat verzoekster niet meewerkt, wat de kans op toelating tot de WSNP klein maakt.
Daarnaast weegt het belang van de verhuurder, die een ontruimingsvonnis heeft, zwaarder dan dat van verzoekster. De rechtbank wijst daarom het verzoek tot voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen drie maanden.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening ex art. 287 lid 4 Fw wordt afgewezen omdat het belang van de verhuurder zwaarder weegt en de situatie van verzoekster onvoldoende stabiel is voor toelating WSNP.