ECLI:NL:RBNNE:2026:3039
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onstabiele situatie en onvoldoende gedragsverandering
Verzoeker heeft op 29 april 2026 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Tijdens de zitting van 15 juni 2026 verschenen verzoeker, zijn schuldhulpverlener, zijn moeder en een ambulant begeleider van GGZ-Drenthe. De rechtbank constateert dat verzoeker een schuldenlast heeft van €46.338,61, ontstaan sinds 2019, met de laatste schuld op 1 maart 2026. De schulden zijn mede veroorzaakt door psychische problemen, waaronder amnesie en verslaving, en door het niet afronden van studies.
De schuldhulpverlener verklaarde dat hij het verzoek niet ondersteunt vanwege de onstabiele situatie van verzoeker, de voortdurende verslaving, het ontstaan van nieuwe schulden tijdens het minnelijk traject en de stroef verlopende medewerking. De ambulant begeleider bevestigde dat verzoeker nog steeds worstelt met verslaving en medicatie-inname. De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan van bepaalde schulden en dat de situatie onvoldoende stabiel is om toelating tot de Wsnp te rechtvaardigen.
Hoewel de hardheidsclausule in artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro een uitzondering kan bieden, is onvoldoende gebleken dat verzoeker een bestendige gedragsverandering heeft doorgemaakt. De rechtbank concludeert dat de problematiek die tot de schulden heeft geleid niet onder controle is en dat het verzoek daarom wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens een onstabiele situatie en onvoldoende gedragsverandering.