ECLI:NL:RBNNE:2026:3042
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling met schone lei ondanks betwiste vordering voormalig verhuurder
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 26 juni 2026 uitspraak gedaan in de zaak van een schuldenaar die onder een schuldsaneringsregeling viel sinds april 2025. De bewindvoerder bracht in maart 2026 verslag uit over de beëindiging van de regeling, waarna een verificatievergadering plaatsvond. De rechter-commissaris stelde voor de regeling te beëindigen.
De voormalig verhuurder stelde de schuldenaar aansprakelijk voor een bedrag van € 22.219,08 wegens gebrekkige oplevering van een gehuurde woning, herstelkosten en een boete voor vermeende onderhuur. De schuldenaar betwistte deze vordering gemotiveerd en heeft een raadsman ingeschakeld. De bewindvoerder gaf aan dat de verhuurder niet heeft aangedrongen op tussentijdse beëindiging van de regeling.
De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar niet tekortgeschoten is in zijn verplichtingen uit de regeling en dat de vordering van de verhuurder nog niet vaststaat. Daarom wordt de schuldsaneringsregeling met schone lei beëindigd. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld op maximaal € 3.803,31. De rechtbank wees op de rechtsgevolgen van de verbindendverklaring van de slotuitdelingslijst volgens de Faillissementswet.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling met schone lei en stelt het salaris van de bewindvoerder vast.