ECLI:NL:RBNNE:2026:3063

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
LEE 25/4661
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 AWRArt. 24 Invorderingswet 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar verrekening belastingdienst afgewezen

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar tegen een verrekening door de ontvanger van de Belastingdienst. De ontvanger had het bezwaar van eiser kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft het beroep op 17 juni 2026 behandeld, waarbij beide partijen niet verschenen.

De rechtbank overweegt dat in het belastingrecht een gesloten stelsel van rechtsmiddelen geldt, waarbij alleen bezwaar en beroep mogelijk zijn tegen beslissingen die als voor bezwaar vatbare beschikking zijn aangemerkt in de belastingwetgeving. Een verrekening is een besluit op grond van de Invorderingswet 1990, die geen belastingwet is, zodat artikel 26 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet van toepassing is.

Daarom is de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar door de ontvanger terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er zijn geen proceskosten toegekend. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na bekendmaking van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de verrekening wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/4661
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en
de ontvanger van de Belastingdienst Landelijk incassocentrum Team Beroep, de ontvanger.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar tegen een verrekening van de ontvanger van 29 oktober 2025.
1.1.
De ontvanger heeft het bezwaar van eiser kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
1.2.
De ontvanger heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 17 juni 2026 op zitting behandeld. Beide partijen zijn niet verschenen. De griffier van de rechtbank heeft de uitnodigingen voor de zitting op 29 april 2026 om 11:36 in het digitaal dossier van partijen geplaatst. Twee minuten later, om 10:38, is hiervan een kennisgeving gezonden naar de e-mailadressen die partijen voor dit doel hebben opgegeven. De uitnodigingen voor de zitting zijn tijdig en op de juiste wijze verzonden, daarom heeft de rechtbank het onderzoek op de zitting door laten gaan.
1.4.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak of de ontvanger het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank overweegt dat in het belastingrecht een gesloten stelsel van rechtsmiddelen geldt. Dat betekent dat alleen bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld tegen beslissingen die in de belastingwetgeving zijn aangemerkt als voor bezwaar vatbare beschikking. [1] Een verrekening is een beslissing over het verrekenen van uit te betalen en te innen bedragen en wordt genomen door de ontvanger van de Belastingdienst op grond van artikel 24 van Pro de Invorderingswet 1990 (IW). De IW is geen belastingwet, zodat artikel 26, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet op de beslissing tot verrekening van de ontvanger van toepassing is. De rechtbank is daarom van oordeel dat de inspecteur het bezwaar terecht nietontvankelijk heeft verklaard.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt zijn het griffierecht niet terug. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die in aanmerking komen voor vergoeding.
5. Partijen kunnen tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Brekelmans, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Schultinga, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op 17 juni 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 26, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.