ECLI:NL:RBNNE:2026:3090

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
11909600 BU VERZ 25-2053
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • A.G.Z. Lagerweij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor stilstaand voertuig op T-splitsing

Betrokkene kreeg een boete van €199 opgelegd wegens het stil laten staan van een voertuig op een kruispunt, feitelijk een T-splitsing, op 3 maart 2025 in Heerenveen. Betrokkene stelde dat hij niet op een kruispunt maar op een T-splitsing stond, dat de afstand van vijf meter niet was overschreden en dat de foto’s onvoldoende bewijs vormden.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 26 juni 2026 werd het beroep behandeld en direct uitspraak gedaan.

De kantonrechter oordeelde dat een T-splitsing onder de wettelijke definitie van een kruispunt valt en dat de foto’s duidelijk tonen dat het voertuig op de T-splitsing stond. Het verweer dat de afstand van vijf meter niet was overschreden werd niet gevolgd. Er waren geen bijzondere omstandigheden die matiging of vernietiging van de boete rechtvaardigden.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van de beslissing.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor stilstaand voertuig op een T-splitsing wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272611598
zaaknummer: 11909600 BU VERZ 25-2053
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 26 juni 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [plaats].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig op een kruispunt laten stilstaan’, verricht op 3 maart 2025, om 14:05 uur, op de Jan Mankeslaan in Heerenveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 199,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 26 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: de betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Hashimi.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
3. Betrokkene geeft aan dat hij niet op een kruispunt, maar op een T-splitsing geparkeerd stond. Op de kennisgeving onder de ruitenwisser staat echter dat het om een kruispunt gaat, wat verwarring veroorzaakt. Verder merkt hij op dat parkeren binnen vijf meter van een kruispunt niet is toegestaan, maar dat de verbalisant deze afstand niet heeft gemeten en vermoedelijk een inschatting heeft gemaakt. Betrokkene stelt ook dat op de foto’s van de overtreding zijn kenteken niet zichtbaar is, waardoor hij niet kan bevestigen of het zijn auto is. Hij vindt bovendien dat de foto’s van onvoldoende kwaliteit zijn. Volgens betrokkene moet het dossier waterdicht zijn bij het opleggen van een boete. Zo wordt er slechts één weg genoemd, terwijl volgens hem in dit geval twee wegen genoemd moesten worden. De huidige omschrijving is volgens betrokkene te summier.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, luidt als volgt: “
Ik, verbalisant, zag op bovengenoemde plaats, datum en tijdstip te Heerenveen, dat het genoemde voertuig geparkeerd stond op een kruising waardoor het zicht voor overig verkeer wordt belemmerd of zou kunnen worden belemmerd. Ik zag geen activiteiten in en rondom het voertuig gedurende 5 minuten. Ik zag geen geldige ontheffing achter de voorruit of elders in het voertuig liggen.”
7. De kantonrechter oordeelt dat de gedraging kan worden vastgesteld. De verbalisant heeft vier foto’s aan het dossier toegevoegd, waarop te zien is dat het voertuig van betrokkene op de T-splitsing stilstaat. Een T-splitsing valt onder de wettelijke definitie van een kruispunt. [1] Daarnaast is op de foto’s duidelijk zichtbaar dat betrokkene op de T-splitsing stond, waardoor het verweer dat de afstand van vijf meter niet is overschreden, niet wordt gevolgd.
8. Ten slotte ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen daartoe aanleiding geven, en van dergelijke omstandigheden is niet gebleken.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 april 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3441.