ECLI:NL:RBNNE:2026:3092

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
11913001 BU VERZ 25-2090
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • A.G.Z. Lagerweij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 84 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boete onterecht opgelegd wegens aanwijzing verkeersregelaar om te parkeren

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens parkeren op een plek waar dat niet is toegestaan. Betrokkene voerde aan dat hij als arts op aanwijzing van een verkeersregelaar op de betreffende locatie parkeerde. Ter onderbouwing overlegde hij een screenshot van een WhatsApp-gesprek waarin deze aanwijzing werd bevestigd.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde anders. Artikel 84 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 bepaalt immers dat aanwijzingen van verkeersregelaars boven verkeersregels gaan. Betrokkene heeft dit consistent als verweer gevoerd en aannemelijk gemaakt.

Daarnaast klaagde betrokkene over het ontbreken van relevante documenten, waaronder het veiligheidsplan verkeersregelaars, waardoor hij zijn bezwaar niet adequaat kon onderbouwen. De kantonrechter achtte dit niet doorslaggevend voor de beoordeling van het beroep.

De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boete en veroordeelde de officier van justitie tot vergoeding van de reiskosten van betrokkene. Betrokkene kan tegen deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De boete wordt vernietigd omdat betrokkene op aanwijzing van een verkeersregelaar parkeerde.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 269785239
zaaknummer: 11913001 BU VERZ 25-2090
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 26 juni 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 8 augustus 2024, om 17:42 uur, op de Hendrik Dijkstraleane in Langweer, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 26 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: de betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Hashimi.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat hij op 8 augustus 2024 als arts werkzaam was in de medische dienst, verzorgd door [organisatie]. Een verkeersregelaar wees betrokkene naar de desbetreffende parkeerplek. Betrokkene stelt dat aanwijzingen van verkeersregelaars, zoals vastgelegd in de Wegenverkeerswet, moeten worden opgevolgd. Het opvolgen van deze aanwijzing was volgens hem logisch, aangezien er al meerdere voertuigen op de pleeglocatie geparkeerd stonden. Desondanks heeft betrokkene een boete gekregen van een verbalisant. Hij acht deze situatie niet in lijn met de doelstellingen van het rechtssysteem, dat recht wil doen aan zowel de belangen van burgers als de handhaving van de openbare orde.
4. Daarnaast geeft betrokkene aan dat het voor hem onduidelijk is waarom de verbalisant het “Veiligheidsplan verkeersregelaars” aan het dossier heeft toegevoegd. Dit bemoeilijkt zijn positie aanzienlijk, omdat hij de beantwoording van de verbalisant niet kan verifiëren en daardoor zijn bezwaar niet adequaat kan onderbouwen. Betrokkene stelt verder dat hij niet alle relevante documentatie heeft ontvangen. Hij heeft op 10 april 2025 contact opgenomen met de gemeente De Fryske Marren met het verzoek het veiligheidsplan verkeersregelaars toe te zenden, maar dit verzoek bleef onbeantwoord. Ook heeft betrokkene tweemaal contact gezocht met het parket CVOM om het volledige dossier op te vragen. Uiteindelijk is alleen het draaiboek van het evenement aan hem toegezonden. Betrokkene benadrukt dat hij door de missende stukken niet in staat is de verklaring van de verbalisant accuraat te beoordelen en zich adequaat te verdedigen.
5. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep gegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
6. Betrokkene betwist niet dat hij op de pleeglocatie heeft geparkeerd, maar stelt dat hij een aanwijzing van een verkeersregelaar heeft gekregen om daar te parkeren.
7. De kantonrechter oordeelt dat de boete onterecht is opgelegd. Artikel 84 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 bepaalt dat aanwijzingen boven verkeersregels en verkeerstekens gaan. Betrokkene heeft aannemelijk gemaakt dat hij een aanwijzing van een verkeersregelaar heeft gekregen om op de pleeglocatie te parkeren. Betrokkene heeft dit consistent als verweer gevoerd en ter onderbouwing een screenshot van een WhatsApp-gesprek overgelegd waarin de gegeven aanwijzing wordt bevestigd. Het beroep zal gegrond worden verklaard.
8. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, moet de officier van justitie de reiskosten van betrokkene vergoeden. Betrokkene heeft aangegeven € 43,20 aan reiskosten te hebben gemaakt. Deze kosten zijn onderbouwd en worden door de kantonrechter als redelijk beschouwd.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
  • vernietigt die inleidende beschikking;
  • bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt;
  • veroordeelt de officier van justitie in de reiskosten van betrokkene van € 43,20.
Waarvan proces-verbaal,
mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.