ECLI:NL:RBNNE:2026:3093

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
11913115 BU VERZ 25-2097
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • A.G.Z. Lagerweij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 RVV 1990Art. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor parkeren zonder zichtbare parkeerschijf

Betrokkene kreeg een boete van €129 opgelegd wegens parkeren zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit op 10 september 2024 in Leeuwarden. Hij stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd het beroep behandeld door de kantonrechter, waarbij betrokkene niet aanwezig was.

Betrokkene voerde aan dat de verbalisant onwaarheden sprak over de weersomstandigheden en de duur van het parkeren, en dat hij zijn baby eerst binnen wilde zetten. Ook betwistte hij de juistheid van de gegevens over zijn kinderen. De verbalisant verklaarde dat betrokkene boos wegliep, waardoor staandehouding niet mogelijk was, en dat het voertuig langere tijd geparkeerd stond zonder zichtbare parkeerschijf.

De kantonrechter oordeelde dat de gedraging van parkeren zonder zichtbare parkeerschijf kan worden vastgesteld, omdat betrokkene zijn auto parkeerde en weg liep zonder direct te laden of lossen. De omstandigheden en verklaringen van betrokkene boden geen aanleiding tot matiging of vernietiging van de boete. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren zonder zichtbare parkeerschijf wordt ongegrond verklaard en de boete blijft van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 269277664
zaaknummer: 11913115 BU VERZ 25-2097
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 26 juni 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘bij een blauwe streep parkeren zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit’, verricht op 10 september 2024, om 10:31 uur, op de Piet Heinstraat in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 26 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was de vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Hashimi aanwezig. De betrokkene was niet aanwezig.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene stelt dat de verbalisant niet de waarheid spreekt. De verbalisant heeft verklaard dat er geen regen was, terwijl het op de dag van de gedraging de hele dag heeft geregend. Betrokkene geeft aan dat hij daarom eerst zijn baby binnen heeft gezet. Verder stelt hij dat de verbalisant onredelijk was en meteen begon te schreeuwen. Betrokkene en de verbalisant kwamen bovendien tegelijk de straat inrijden, waardoor het volgens hem niet mogelijk is dat hij, zoals de verbalisant beweert, al langere tijd geparkeerd stond. Tot slot voert betrokkene aan dat de verbalisant onjuist beweert dat hij slechts twee kinderen heeft, van twaalf en dertien jaar. Betrokkene heeft vier kinderen, allen erkend en ingeschreven in de BRP. Ter onderbouwing heeft hij een kopie van de BRP aan het dossier toegevoegd. Betrokkene benadrukt dat hij de wijze waarop de verbalisant hem heeft behandeld erg kwalijk vindt en dat hij een klacht tegen de verbalisant zal indienen.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
Heeft de verbalisant terecht afgezien van een staandehouding?
5. In principe houdt de verbalisant de bestuurder staande op het moment dat een verkeersovertreding wordt vastgesteld. Dit is alleen anders als er geen reële mogelijkheid is om betrokkene staande te houden en zijn identiteit te controleren. Dan mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd. [1]
5.1.
De verbalisant geeft in het aanvullend proces-verbaal aan dat betrokkene niet is staande gehouden omdat betrokkene boos het huis binnen liep en de deur achter zich dicht deed. Om escalatie te voorkomen had de verbalisant daarom niet een reële mogelijkheid om betrokkene staande te houden. In dit geval mocht op kenteken bekeurd worden.
Kan de gedraging worden vastgesteld?
6. Betrokkene betwist niet dat het een parkeerschijfzone betreft en dat hij zijn parkeerschijf nog niet achter de voorruit had gelegd. Betrokkene geeft aan dat hij eerst zijn baby binnen wilde zetten en daarna de parkeerschijf wilde neerleggen. Voor de vaststelling van de gedraging is het van belang te bepalen of betrokkene al dan niet geparkeerd heeft.
7. Artikel 1 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) bepaalt dat onder parkeren wordt verstaan: "het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen."
7.1.
Onder onmiddellijk laden of lossen van goederen wordt verstaan het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is. [2]
8. In een aanvullend proces-verbaal van 13 maart 2025 verklaart de verbalisant onder andere dat:

Ik, verbalisant [verbalisant], zag dat rondom het bovengenoemd voertuig de grond droog was. Ik zag dat er geen regen was gevallen gedurende langere tijd. Tijdens het uitschrijven van het proces-verbaal zag ik dan een man uit de woning aan de [adres] te Leeuwarden gelopen kwam. Ik hoorde dat de man schreeuwde dat hij zijn parkeerschijf vergeten was neer te leggen. Ik hoorde dat de man vertelde dat hij zijn dochter naar binnen had gebracht. Ik vroeg aan de man of het desbetreffende voertuig bij hem op naam stond. Ik hoorde dat de man hier positief op antwoorde. Ik vertelde de man dat het voertuig gedurende een langere tijd reeds geparkeerd stond in het parkeervak. Hierop zag ik dat de man boos wegliep in de richting van de [adres] te Leeuwarden. Ik zag vervolgens dat de man de voordeur sloot. Aangezien de man boos wegliep was een staandehouding van de bestuurder van het voertuig niet mogelijk. Ik, verbalisant [verbalisant], heb naar aanleiding van het verhaal van de man gekeken in de basisregistratie personen. Ik zag dat de kentekenhouder twee kinderen heeft. Ik zag dat, ten tijde van de controle, deze kinderen twaalf en dertien oud waren.”
9. Los van alles wat er omheen speelt zal de kantonrechter doordringen tot de kern van de zaak. De gedraging kan worden vastgesteld omdat betrokkene zijn auto heeft geparkeerd zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit. De verbalisant heeft gedurende enige tijd niemand bij het voertuig waargenomen en betrokkene erkent bij zijn auto te zijn weggelopen om zijn baby binnen te zetten. Uit de verklaring van de verbalisant kan in ieder geval worden afgeleid dat er niet bij voortduring werd uitgeladen en dat de verstreken tijd dus langer is geweest dan de tijd die nodig is voor het onmiddellijk laden en/of lossen in de zin van artikel 1 van Pro het RVV 1990. Uiteindelijk was er wel sprake van parkeren. Al helemaal omdat betrokkene naar buiten liep en zei ‘ik ben mijn parkeerschijf vergeten’. Of het nou wel of niet geregend heeft maakt niet uit. Ook of de auto er wel of niet al enige tijd stond doet er niet toe.
Is er aanleiding om de boete te matigen?
10. Verder ziet de kantonrechter in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen daartoe aanleiding geven. Die zijn er niet.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 5 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
2.Hoge Raad 12 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2760.