ECLI:NL:RBNNE:2026:3094

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
12016635 BU VERZ 25-2585
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • A.G.Z. Lagerweij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpmWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Artikel 57 Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990 (RVV 1990)Artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard wegens verkeerde feitcode bij verkeersboete geluidsoverlast

Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig op de A32 te Idaerd op 5 april 2025. Betrokkene stelde dat het geluid werd veroorzaakt door de technische staat van het voertuig en niet door zijn handelen als bestuurder, en dat de boete daarom onterecht was opgelegd.

De kantonrechter behandelde het beroep op 26 juni 2026 en oordeelde dat de gedraging niet kon worden vastgesteld zoals opgelegd. Tevens nam hij het standpunt van de zittingsvertegenwoordiger over dat de boete was opgelegd voor de verkeerde feitcode, namelijk onnodig geluid in plaats van het hebben van een uitlaat die niet voldoende geluiddempend is. Omdat de feitcode niet gewijzigd kon worden, werd het beroep gegrond verklaard en de boete vernietigd.

Daarnaast veroordeelde de kantonrechter de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene, vastgesteld op €116,75, gebaseerd op de geldende tarieven en wegingsfactoren. Betrokkene krijgt tevens het bedrag van de zekerheidstelling terug. De uitspraak werd mondeling gedaan en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens onnodig geluid wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens verkeerde feitcode.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272991299
zaaknummer: 12016635 BU VERZ 25-2585
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 26 juni 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .
gemachtigde: Bezwaartegenverkeersboetes.nl.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken’, verricht op 5 april 2025, om 13:15 uur, op de A32 in Idaerd, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 319,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 26 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was de vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Hashimi aanwezig.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat de gedraging niet kan worden vastgesteld omdat hij met het voertuig geen onnodig geluid heeft veroorzaakt. Volgens de verbalisant lag het onnodige geluid aan de technische staat van het voertuig en niet aan betrokkene als bestuurder. Betrokkene stelt daarom dat het op de weg van de ambtenaar had gelegen om een boete uit te schrijven voor het hebben van een uitlaat die niet voldoende geluiddempend is. Ter onderbouwing verwijst hij naar de nota van toelichting bij de invoering van artikel 57 van Pro het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990 (RVV 1990), waaruit blijkt dat het verbod op het veroorzaken van onnodig geluid vooral betrekking heeft op het herhaaldelijk geven van gas bij stilstand. Betrokkene verzoekt de beschikking te vernietigen.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep gegrond moet worden verklaard, omdat een boete had moeten worden opgelegd voor een andere feitcode, namelijk het hebben van een uitlaat die niet voldoende geluiddempend is. Aangezien de boete bij deze feitcode hoger is, kan de feitcode niet worden gewijzigd.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, luidt als volgt: “
Ik, verbalisant, zag betrokkene als bestuurder reed op de openbare weg. Ik hoorde dat de uitlaat van de door betrokkene bestuurde auto boven normaal geluid produceerde. Ikzag dat de einddemper van de uitlaat niet voorzien was van enige demping. De zgn db killer was verwijderd waardoor de uitlaat onnodig veel geluid produceerde.”
7. De kantonrechter oordeelt dat de gedraging niet kan worden vastgesteld en neemt het standpunt van de zittingsvertegenwoordiger over dat de boete is opgelegd voor de verkeerde feitcode. Het beroep zal daarom gegrond worden verklaard.
8. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene in de kantonfase. Hij zal één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 934,00. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Omdat de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 is bekendgemaakt, past hij de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, onder a, van de Wahv toe. [1]
8.1.
De berekening is als volgt: 1 (procespunt) x € 934,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 116,75. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 116,75.

Conclusie

De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
- vernietigt die beslissing;
- verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
- vernietigt die inleidende beschikking;
- bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt;
- veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 116,75.
Waarvan proces-verbaal,
mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden , maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 4, onderdeel a, van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm.