ECLI:NL:RBNNE:2026:3108
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing WIA-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland heeft op 2 juli 2026 uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een WIA-uitkering door het UWV. Verzoeker stelde dat hij geen inkomen meer ontvangt en daardoor zijn vaste lasten niet kan betalen, en dat zijn partner onvoldoende financiële draagkracht heeft vanwege bewindvoering.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed, waarbij sprake moet zijn van een financiële noodsituatie die niet op andere wijze kan worden opgelost. De rechter stelde vast dat verzoeker niet heeft aangetoond dat hij geen recht heeft op een bijstandsuitkering en dat hij nog geen aanvraag daarvoor heeft ingediend. Ook kan hij bij acute nood een voorschot op bijstand aanvragen bij de gemeente.
Verder vond de voorzieningenrechter de onderbouwing van het inkomen van de partner onvoldoende om het ontbreken van een spoedeisend belang aan te nemen. Ook het beroep op erkenning als gedupeerde van de toeslagenaffaire en de gezondheidssituatie van verzoeker rechtvaardigen volgens de rechter geen oordeel dat het besluit evident onrechtmatig is.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de WIA-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.