ECLI:NL:RBNNE:2026:340
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van Opiumwet
Verzoekster huurt een woning die op 9 september 2025 voor zes maanden is gesloten door de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege vondst van drugs en een vuurwapen tijdens een politieonderzoek.
Na het besluit heeft verzoekster pro forma bezwaar gemaakt en later de bezwaargronden ingediend. De huurovereenkomst is in december 2025 buitengerechtelijk ontbonden en er is een kort geding over ontruiming gepland.
Verzoekster verzoekt de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit totdat op het bezwaar is beslist, met het oog op de geplande zitting bij de kantonrechter. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is vanwege de late indiening van het verzoek en bezwaar, en dat het verzoek niet kan voorkomen dat de kantonrechter tot ontruiming zal besluiten.
Ook is het besluit niet evident onrechtmatig, zodat zonder diepgaand onderzoek geen ernstige twijfel bestaat over de rechtmatigheid. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en blijft de sluiting van de woning van kracht totdat op het bezwaar is beslist.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en omdat het besluit niet evident onrechtmatig is.