ECLI:NL:RBNNE:2026:380
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en weigering immateriële schadevergoeding
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van € 4.517 opgelegd door de inspecteur, gebaseerd op een hogere handelsinkoopwaarde dan door eiseres opgegeven. Eiseres gebruikte een taxatierapport zonder inkoopfactuur, wat niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden voor de taxatiemethode. De inspecteur baseerde de aanslag op een rapport van DRZ met een hogere handelsinkoopwaarde.
De rechtbank oordeelt dat het taxatierapport van eiseres niet voldoet aan de vereisten, met name het ontbreken van een inkoopfactuur, en dat het vereiste van een dergelijke factuur niet in strijd is met het Unierecht. Hierdoor is de taxatiemethode niet toepasbaar en is de aanslag terecht opgelegd op basis van de koerslijstwaarde.
Daarnaast verzocht eiseres om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank verlengt de redelijke termijn vanwege een uitstelverzoek van eiseres zelf, waardoor de termijn niet is overschreden en het verzoek wordt afgewezen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de naheffingsaanslag blijft in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.