ECLI:NL:RBNNE:2026:390

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
11764937 BU VERZ 25-1298
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbWahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging boete parkeren zonder zichtbare parkeerschijf wegens geldige vergunning

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens parkeren bij een blauwe streep zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter constateerde dat het beroepschrift te laat was ingediend, maar achtte de termijnoverschrijding verschoonbaar omdat betrokkene eerst probeerde het probleem met de gemeente en het CJIB op te lossen. De kantonrechter besloot daarom het beroep inhoudelijk te behandelen.

Uit de overgelegde correspondentie bleek dat betrokkene een geldige parkeervergunning had, al dan niet met terugwerkende kracht, en dat de gemeente de boete wilde intrekken. De verkeersovertreding kon daardoor niet worden vastgesteld. De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boete en bepaalde dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens een geldige parkeervergunning en verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 266704944
zaaknummer: 11764937 BU VERZ 25-1298

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van30 januari 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats],
gemachtigde: [gemachtigde].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R400AE – ‘bij een blauwe streep parkeren zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit’, verricht op 24 mei 2024, om 13:11 uur, in de [straatnaam] in Leeuwarden, met een personenauto met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 30 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, haar man als gemachtigde en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkenes man stelt dat een fout is opgetreden bij de gemeente bij het betalen en verlenen van de parkeervergunning. De gemeente heeft toegezegd dat aan handhaving wordt verzocht om de boete te vernietigen, maar dit is niet gebeurd. Betrokkene legt correspondentie met de gemeente over.
4. De vertegenwoordigster verzoekt de kantonrechter om het beroep gegrond te verklaren.
Overwegingen
5.1.
De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken. [1] De termijn gaat in op de dag na de dag waarop de officier van justitie zijn beslissing heeft verstuurd. [2] Het beroepschrift is op 7 januari 2025 bij de CVOM binnengekomen, terwijl het uiterlijk op 24 december 2024 ontvangen had moeten zijn.
5.2.
Betrokkene voert aan dat zij eerst geen beroep hebben ingesteld bij de kantonrechter, omdat zij dachten het probleem op te kunnen lossen met de gemeente en het CJIB. Zij werden echter van het kastje naar de muur gestuurd en hebben geen rekening gehouden met de mogelijkheid om (pro forma) beroep in te stellen bij de kantonrechter. Pas toen het betrokkene en haar man duidelijk werd dat zij bij de gemeente niets gedaan kregen, zijn zij in beroep gegaan bij de kantonrechter. Daarvoor was de termijn intussen verstreken.
5.3.
De kantonrechter ziet in de gang van zaken aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten en zal het beroep daarom inhoudelijk behandelen.
6. Uit de door betrokkene overgelegde correspondentie blijkt naar oordeel van de kantonrechter dat de boete niet in stand kan blijven omdat zij (al dan niet met terugwerkende kracht) een geldige parkeervergunning had. Uit het dossier blijkt ook dat de gemeente de boete wilde intrekken. De verkeersovertreding kan niet worden vastgesteld en het beroep wordt gegrond verklaard.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
  • vernietigt die beschikking;
  • bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:8 van Pro de Awb.