Uitspraak
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,
de heffingsambtenaar van de gemeente Leeuwarden,
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
R.H. Wolfslag, griffier.
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseres is eigenaar van een appartement dat zij op 18 maart 2022 heeft gekocht voor € 377.500. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning per 1 januari 2023 vast op € 389.000 en legde op basis daarvan de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2024 op. Eiseres maakte bezwaar tegen deze waardebepaling, stellende dat de waarde niet hoger kan zijn dan € 272.000 en dat onvoldoende rekening is gehouden met haar eigen aankoop en de marktsituatie.
De rechtbank overwoog dat bij een verkoop kort voor de waardepeildatum de betaalde prijs als uitgangspunt geldt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat deze niet de marktwaarde weerspiegelt. Omdat de aankoop circa 9,5 maanden voor de waardepeildatum plaatsvond, moet de prijs worden gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling. De heffingsambtenaar had een indexering van 5% toegepast en het aandeel van eiseres in het reservefonds van de Vereniging van Eigenaren verrekend.
Eiseres bracht geen feiten of omstandigheden aan die de betaalde prijs als niet-representatief konden bestempelen en leverde ook geen onderbouwing voor haar stelling dat onvoldoende rekening was gehouden met de marktsituatie. De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft daarmee in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardebepaling van € 389.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft in stand.