Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de korpschef van de politie, Eenheid Oost-Nederland, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
- data en zaken waarin een SGBO is gestart;
- de wijze van beraadslaging en besluiten omtrent het al dan niet starten van een SGBO inclusief de (geldende) criteria;
- alle facturen, offertes en nota’s;
- alle (interne) memo’s, e-mails, Signal- en Whatsapp-berichten, notulen en andere stukken;
- alle andere stukken.
1 oktober 2022 tot en met 21 december 2022. Verder beperk ik mijn verzoek tot SGBO’s die niet zien op (betaald) voetbalwedstrijden, grote branden, demonstraties, jaarwisseling(en) en weersextremen. Ik verzoek aldus om alle overige SGBO’s die zien op overige onderwerpen als levensdelicten en/of georganiseerde misdaad en/of overige zaken.”
Beoordeling door de rechtbank
5 maart 2024. Aan de zijde van verweerder is derhalve geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn. Gelet op de datum van het als bezwaar aangemerkte eerdere beroep
(12 juni 2023) is de redelijke termijn in deze zaak verstreken in juni 2025. Echter, eiser heeft bewust geen bezwaar gemaakt tegen het besluit in primo en op 12 juni 2023 gelijk beroep ingesteld. Bovendien stond de behandeling van het onderhavige beroep aanvankelijk gepland op 14 juli 2025. Dit is uitgesteld op verzoek van eiser. De vertraging van de procedure is dus ook en in belangrijke mate toe te schrijven aan eiser zelf. Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat de overschrijding van de redelijke termijn in deze zaak voor rekening van eiser dient te komen. Daarom komt eiser niet in aanmerking voor een immateriële schadevergoeding.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
politiegegeven:elk persoonsgegeven dat wordt verwerkt in het kader van de uitvoering van de politietaak, bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Politiewet 2012, met uitzondering van: