6.2.De heffingsambtenaar heeft in de beroepsfase ter onderbouwing van zijn standpunt een waardematrix overgelegd, waarin de waarde is bepaald op € 794.000 (€ 10.000 hoger dan de beschikte waarde) en waarin hij de verkoopcijfers van de volgende referentieobjecten heeft gebruikt:
- [adres 2] , verkocht op 30 september 2022 voor € 627.000;
- [adres 3] , verkocht op 8 augustus 2022 voor € 880.00;
- [adres 4] , verkocht op 21 oktober 2022 voor € 770.000.
7. De rechtbank overweegt dat als een onroerende zaak kort voor of na de waardepeildatum is gekocht, ervan moet worden uitgegaan dat de waarde overeenkomt met de betaalde koopprijs, tenzij de partij die zich daarop beroept omstandigheden aannemelijk maakt waaruit volgt dat de koopsom niet die waarde weergeeft.
8. Ook indien de koop van een woning heeft plaatsgevonden op een moment dat verder gelegen is van de waardepeildatum, zoals hier het geval is, kan de betaalde koopprijs nog steeds bruikbaar zijn als uitgangspunt voor de bepaling van de WOZ-waarde. Of dat het geval is hangt mede af van de beschikbaarheid van kooptransacties van goede referentieobjecten kort voor of na waardepeildatum. Het gaat er in wezen om te bepalen met welke methode de WOZ-waarde het beste wordt benaderd, te weten – in dit geval – de door de heffingsambtenaar gehanteerde vergelijkingsmethode dan wel de door eiser voorgestane methode waarbij de betaalde koopprijs (met indexatie) het uitgangspunt is. De toetssteen blijft immers zoals hiervoor onder 4 is opgenomen.
9. De heffingsambtenaar heeft zich op het standpunt gesteld dat de eigen aankoop van eiser te ver van de waardepeildatum was gelegen (meer dan een jaar) en dat er voldoende bruikbare referentieobjecten aanwezig waren om de waarde te onderbouwen. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar hierin en is van oordeel dat in dit geval de vergelijkingsmethode een betere waardering oplevert dan de methode waarbij wordt gewaardeerd door de eigen koopprijs te indexeren. De drie door de heffingsambtenaar gebruikte referentieobjecten zijn rond de waardepeildatum verkocht (zie 6.2.) en zijn goed vergelijkbaar met de woning van eiser. Met de door de heffingsambtenaar in de beroepsfase overgelegde waardematrix en de door hem gegeven toelichting ter zitting, in het licht van wat eiser heeft aangevoerd, heeft de heffingsambtenaar voldaan aan de op hem rustende bewijslast dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de referentieobjecten, wat type, bouwjaar, kwaliteit, onderhoud, doelmatigheid en voorzieningen betreft, goed vergelijkbaar zijn met de woning van eiser en dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de onderlinge verschillen.
Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de prijzen per m² voor de woning worden herleid vanuit de verkoopprijzen van de door de heffingsambtenaar aangevoerde referentieobjecten. De heffingsambtenaar heeft in de beroepsfase de iWOZ-kaartvan eisers woning overgelegd, waarin is aangegeven dat eisers woning is gelegen aan open vaarwater, in uitstekende staat van onderhoud verkeert en beschikt over het zeer gunstige energielabel A+++. Eiser heeft de door de heffingsambtenaar gehanteerde KOUDV-factoren van eisers woning en die van de referentieobjecten niet bestreden. Nu de waardematrix van de heffingsambtenaar een waarde van € 794.000 voor de woning van eiser onderbouwt, terwijl de beschikte waarde € 10.000 lager is, zit er bovendien enige speling in, voor het geval er wel enige extra waardedruk in aanmerking zou moeten worden genomen.
10. Ten aanzien van de stelling van eiser dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening heeft gehouden met de marktsituatie op de waardepeildatum, overweegt de rechtbank dat het op de weg van eiser ligt om zijn stellingen gemotiveerd te onderbouwen en de door de heffingsambtenaar gehanteerde uitgangspunten gemotiveerd te betwisten. In zijn beroepschrift heeft eiser aangegeven een onderbouwing (een taxatiematrix van Woning Waardemeesters) over te zullen leggen voor zijn stelling dat er door de heffingsambtenaar onvoldoende rekening is gehouden met de marktsituatie. Deze nadere onderbouwing heeft eiser niet overgelegd. Deze grond slaagt dan ook niet. Het in de bezwaarfase door eiser overgelegde taxatierapport (van Eerlijke WOZ), waarbij de waarde is bepaald op € 721.000, biedt onvoldoende aanknopingspunten om de waardebepaling van de heffingsambtenaar te ontkrachten. Bovendien heeft eiser in zijn beroepschrift ook niet verwezen naar dit rapport.
11. Gelet op al het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de waarde van de woning van € 784.000 niet te hoog heeft vastgesteld.