Taxi Witteveen kreeg een boete van €52 opgelegd voor het rijden van 5 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op de Stadionweg in Heerenveen op 16 oktober 2024. De gemachtigde stelde dat de maximumsnelheid 100 km/u was en verwees naar een verkeersbord, terwijl ook werd aangevoerd dat boetes van anderen in vergelijkbare situaties waren kwijtgescholden. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna Taxi Witteveen beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 30 januari 2026 gaf de kantonrechter direct uitspraak. De vertegenwoordiger van de officier van justitie erkende dat eerdere boetes waren vernietigd vanwege het ontbreken van schouwrapporten van de bebouwde kom-borden (H1-bebording). Hierdoor stond niet vast dat de gemachtigde binnen de bebouwde kom reed. Op grond van het gelijkheidsbeginsel en het beleid van het College van Officieren van Justitie (CVOM) verzocht zij om het beroep gegrond te verklaren.
De kantonrechter volgde dit standpunt en oordeelde dat het beroep gegrond is. De boete werd vernietigd omdat het ontbreken van schouwrapporten de vaststelling van de overtreding onvoldoende onderbouwt en gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden. Taxi Witteveen krijgt de zekerheidstelling terug. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.