ECLI:NL:RBNNE:2026:525

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
11777630 BU VERZ 25-1368
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond: onjuiste vaststelling verkeersovertreding op voorsorteerstrook

Aan de vennootschap onder firma is een boete opgelegd wegens het volgen van een andere richting op een kruispunt dan de pijl op de voorsorteerstrook aangaf. De boete betrof een overtreding op 25 juli 2024 op de afrit Leeuwarden van de N31. De vennoot stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 30 januari 2026 stelde de kantonrechter vast dat de verklaring van de verbalisant niet strookt met de feitelijke verkeerssituatie ter plaatse. De vennoot reed volgens eigen verklaring en Google Maps naar rechts richting zijn woonplaats, terwijl de verbalisant stelde dat hij linksaf sloeg richting Leeuwarden. Hierdoor kon de overtreding niet zijn begaan.

De officier van justitie erkende dat de genoteerde rijrichting niet klopte, wat twijfel opriep die niet verder is onderzocht. De kantonrechter oordeelde dat de overtreding niet kon worden vastgesteld en verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boete en bepaalde dat de zekerheidstelling aan de vennoot moet worden teruggegeven.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens verkeersovertreding wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 267990871
zaaknummer: 11777630 BU VERZ 25-1368

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van30 januari 2026

in de zaak van

de vennootschap onder firma [bedrijf] ,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,
vertegenwoordigd door [vennoot] .

Inleiding

1. Aan [bedrijf] is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R619 – ‘op een kruispunt een andere richting volgen dan de pijl op de voorsorteerstrook aangeeft’, verricht op 25 juli 2024, om 17:02 uur, op de afrit Leeuwarden op de N31, met een personenauto met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
[vennoot] , vennoot, heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft [vennoot] beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 30 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: [vennoot] , zijn vrouw en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van [vennoot] . Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. [vennoot] stelt dat de vermelding in het zaakoverzicht dat hij stond opgesteld in de rijrichting voor rechtsaf richting Leeuwarden en dat hij abrupt linksaf sloeg richting [woonplaats] , niet klopt. De rechterrijstrook is niet voor verkeer richting Leeuwarden, maar voor het verkeer richting [woonplaats] . Daar stond [vennoot] inderdaad opgesteld en hij is ook rechts afgeslagen. Hij is niet ineens van richting veranderd en kan dus ook geen ander verkeer gehinderd hebben. Volgens [vennoot] haalt de verbalisant zaken door elkaar en legt hij hem een gedraging op die niet gebeurd kan zijn.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep gegrond is. De genoteerde rijrichting klopt niet. Dit leidt tot twijfel en had aanleiding moeten zijn voor het inwinnen van meer informatie, wat niet is gedaan.
Overwegingen
5. In Mulderzaken is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht een belangrijk uitgangspunt. De verbalisant verklaart dat [vennoot] onderaan de afrit van de N31 voorgesorteerd stond om rechtsaf te slaan in de richting van Leeuwarden, maar dat hij linksaf naar [woonplaats] ging en daarbij een andere auto hinderde.
6. Uit het verhaal van [vennoot] en uit Google Maps blijkt echter dat de afslag naar links naar Leeuwarden leidt en de afslag naar rechts naar [woonplaats] . [vennoot] reed naar huis naar [woonplaats] en is dus niet linksaf geslagen, maar naar rechts. In dat geval kan hij de verweten overtreding niet hebben begaan.
7. De kantonrechter kan het verhaal van de verbalisant niet uit de verkeerssituatie ter plaatse halen en oordeelt daarom dat de verkeersovertreding niet kan worden vastgesteld. Hij zal het beroep gegrond verklaren.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
  • vernietigt die beschikking;
  • bepaalt dat [vennoot] de zekerheidstelling moet terugkrijgen.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.