Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:598

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
LEE 26/589
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken besluit en bezwaar- of beroepschrift

Verzoekster heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de Rechtbank Noord-Nederland. Volgens de wet moet bij een dergelijk verzoek een afschrift van het besluit en het bezwaar- of beroepschrift worden overgelegd. Dit is noodzakelijk om het verzoek ontvankelijk te kunnen verklaren.

Bij het indienen van het verzoek op 17 februari 2026 heeft verzoekster deze stukken niet overgelegd. De rechtbank heeft haar hierop bij brief van 19 februari 2026 gewezen en haar een hersteltermijn van een week gegeven om dit te corrigeren. Ondanks het overleggen van diverse andere stukken heeft verzoekster niet voldaan aan deze verplichting.

De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het besluit en het bezwaar- of beroepschrift.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 26/589

uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 februari 2026 in de zaak tussen

[naam uit woonplaats] , verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van Groningen, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Iemand die een verzoek om een voorlopige voorziening indient, moet een afschrift van het bezwaar- of beroepschrift en een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft (het besluit) overleggen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de voorzieningenrechter – na een herstelmogelijkheid – het verzoek op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
2.1.
Bij het verzoekschrift ontvangen op 17 februari 2026 heeft verzoekster het bezwaar- of beroepschrift en het besluit niet overgelegd. De rechtbank heeft verzoekster bij brief van 19 februari 2026 verzocht om binnen een week dit verzuim te herstellen. Verzoekster is er op gewezen dat het verzoek anders niet-ontvankelijk verklaard kan worden.
2.2.
Verzoekster heeft diverse stukken overgelegd, maar geen afschrift van het bezwaar- of beroepschrift of van het besluit.
3. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. O.J.J.C. Koopmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:81, vierde lid, in samenhang met artikel 6:5, eerste lid, van de Awb.