Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 5 januari 2026;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 7 januari 2026.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. T.K. Hoogslag, rechter in de hoofdzaak tussen verzoeker en Stichting Elkien, omdat hij meent dat door het plaatsen van de dagvaarding op de rolzitting van 6 januari 2026 geen eerlijk proces kan worden gewaarborgd.
De wrakingskamer oordeelt dat het plaatsen van de dagvaarding op de rolzitting een processuele beslissing is die in overeenstemming is met het landelijke procesreglement en buiten de invloed van de rechter ligt. Dit betekent niet dat er op die dag een inhoudelijke behandeling plaatsvindt, maar slechts dat verzoeker de gelegenheid heeft om te reageren of uitstel te vragen.
De kamer stelt dat verzoeker op de rolzitting uitstel had kunnen vragen, wat in de regel wordt verleend, en dat de geplande mondelinge behandeling van het verzoekschrift op 26 januari 2026 gewoon kan plaatsvinden. Er is geen sprake van vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
Daarom wordt het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en wordt de hoofdzaak voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt kennelijk ongegrond verklaard en de hoofdzaak wordt voortgezet.