ECLI:NL:RBNNE:2026:615
Rechtbank Noord-Nederland
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse confiscatiebeslissing
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 25 februari 2026 het beroep van een veroordeelde tegen de beslissing van de officier van justitie tot erkenning en tenuitvoerlegging van een confiscatiebeslissing van het Hof van beroep te Antwerpen uit 2019.
De veroordeelde voerde aan dat zijn bescheiden pensioen, AOW-uitkering, hoge leeftijd en ziekte van Parkinson hem verhinderen het bedrag van 400.000 euro te betalen. De officier van justitie stelde dat betalingsonmacht geen grond is om erkenning te weigeren.
De rechtbank overwoog dat de wetgever in artikel 36 van Pro de WWETGC bepaalt dat erkenning alleen geweigerd kan worden op de gronden van artikel 19 van Pro Verordening 2018/1805, welke persoonlijke omstandigheden en betalingsonmacht niet omvatten.
De rechtbank concludeerde dat de officier van justitie in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen en verklaarde het beroep ongegrond. De veroordeelde kan zijn omstandigheden bij het CJIB naar voren brengen in de inningsprocedure.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Belgische confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard.