ECLI:NL:RBNNE:2026:616
Rechtbank Noord-Nederland
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging Belgische confiscatiebeslissing
Op 9 september 2025 is beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie tot erkenning en tenuitvoerlegging van een Belgische confiscatiebeslissing van 14 november 2018. De veroordeelde had verzet ingesteld tegen het vonnis, maar dit werd door het gerecht te Gent niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de verbeurdverklaring onherroepelijk werd.
De rechtbank toetst het beroep op grond van artikel 39 WWETGC Pro en Verordening 2018/1805, waarbij zij niet mag treden in het buitenlandse rechtsgeding of de buitenlandse beslissingen. De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder onvolledigheid van het certificaat, niet-verschijnen van veroordeelde bij de zitting en schending van verdedigingsrechten door een vermeende misslag in de Belgische procedure.
De rechtbank oordeelt dat de aangeleverde aanvullende informatie voldoende is, dat de verbeurdverklaring onherroepelijk is en dat geen sprake is van een manifeste schending van grondrechten. Het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen vanwege het tijdsverloop en de inhoud van de beslissing. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Belgische confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen.