ECLI:NL:RBNNE:2026:703
Rechtbank Noord-Nederland
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Geheimhoudingsbeslissing inzake beperking kennisneming melding Ivermectine-boete
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), onderdeel van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, legde aan eiser een boete op wegens het maken van publieksreclame voor het geneesmiddel Ivermectine, dat alleen op recept mag worden verstrekt. De Minister handhaafde dit besluit na bezwaar van eiser.
De Minister verzocht de rechtbank om toepassing van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om stukken met persoonsgegevens, waaronder een melding van 23 december 2021, geheim te houden. De Minister motiveerde dit verzoek met het belang van anonimiteit van de melder, bescherming van diens persoonlijke levenssfeer, en het voorkomen van bedreigingen aan medewerkers. Tevens werd gevraagd om beperking van kennisneming van de naam van een behandelend ambtenaar die geen rol had in de besluitvorming.
De geheimhoudingskamer van de rechtbank beoordeelde het verzoek aan de hand van het recht op een eerlijk proces en het recht op gelijke proceskansen, waarbij uitzonderingen op het recht op kennisneming alleen mogelijk zijn bij gewichtige redenen. Gelet op de aard van de informatie en het geringe belang van eiser bij kennisneming van de namen, oordeelde de kamer dat de Minister terecht geheimhouding vroeg en beperkte zij de kennisneming tot de bestuursrechter.
De tussenbeslissing werd op 5 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door rechter H.J. Bastin, waarbij werd bepaald dat het niet-geanonimiseerde afschrift van de melding geheim blijft. Tegen deze tussenbeslissing is geen zelfstandig hoger beroep mogelijk, maar kan het worden meegenomen in hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beperkt de kennisneming van persoonsgegevens in de stukken tot de bestuursrechter vanwege gewichtige redenen.