Eiseres is eigenaar van een chalet uit 1990 met een oppervlakte van 26 m² op een perceel van 249 m² gelegen aan vaarwater op een recreatiepark. De heffingsambtenaar van de gemeente De Fryske Marren stelde de WOZ-waarde voor het belastingjaar 2024 vast op €202.000, gebaseerd op de waardepeildatum 1 januari 2023.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze vaststelling, stellende dat de waarde te hoog is vanwege ouderdom, gebreken en het ontbreken van vergelijkbare verkopen voor die prijs op het recreatieterrein. De heffingsambtenaar verwees naar drie vergelijkbare chalets die recentelijk zijn verkocht op hetzelfde recreatiepark, waarbij correcties zijn toegepast voor verschillen in grootte, bouwjaar en onderhoudstoestand.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De vergelijkingen met de drie chalets, waaronder een chalet aan vaarwater en een ouder, minder goed onderhouden chalet, ondersteunen de vastgestelde waarde. De door eiseres aangevoerde argumenten, zoals de vermeende ongunstige perceelsomstandigheden en de stijging van de WOZ-waarde ten opzichte van het voorgaande jaar, zijn onvoldoende onderbouwd of relevant voor de waardebepaling.
Daarnaast is een nieuw standpunt van eiseres over onjuiste gegevens in de taxatiematrix te laat ingebracht en wordt daarom niet in de beoordeling meegenomen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de WOZ-waarde van €202.000 blijft gehandhaafd. Eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten.