ECLI:NL:RBNNE:2026:758

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
24/2989
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Wet WOZArt. 22 Wet WOZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling WOZ-waarde geschakelde recreatiewoning op recreatiepark

Eiseres, eigenaar van een geschakelde recreatiewoning uit 2010 met 36 m² gebruiksoppervlak op een perceel van 200 m², betwistte de door de heffingsambtenaar van de gemeente De Fryske Marren vastgestelde WOZ-waarde van €315.000 per 1 januari 2023.

De rechtbank beoordeelde of deze waarde te hoog was vastgesteld. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin drie referentieobjecten op hetzelfde recreatiepark werden gebruikt, waaronder een vergelijkbare woning aan een ander adres die in 2021 voor €285.000 werd verkocht. De rechtbank achtte deze onderbouwing overtuigend, mede door een indexering voor het tijdsverloop.

Eiseres stelde dat haar woning relatief klein is en minder geschikt voor gezinnen, maar de rechtbank vond dat ook kleinere woningen op het park gewild zijn en dat dit in de waardebepaling was meegenomen. Omdat eiseres niet op de zitting verscheen, maar wel tijdig was uitgenodigd, kon de rechtbank het beroep inhoudelijk beoordelen.

De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Hierdoor blijft de WOZ-beschikking in stand en krijgt eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.

Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €315.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/2989

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 3 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente De Fryske Marren, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 31 mei 2024.
1.1.
Bij besluit van 31 januari 2024 heeft de heffingsambtenaar op grond van artikel 22 van Pro de Wet waardering onroerende zaken de waarde van de onroerende zaak (de WOZ-waarde), plaatselijk bekend als [adres 1] (de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2023, vastgesteld voor het belastingjaar 2024 op € 315.000.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de waarde van de onroerende zaak gehandhaafd.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 20 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de heffingsambtenaar: [naam] . Eiseres is - zonder bericht van verhindering - niet op zitting verschenen. In het zogeheten Track & Trace systeem van PostNL, dat de griffier voorafgaand aan de zitting heeft geraadpleegd, staat ten aanzien van de aangetekende verzending van de uitnodigingsbrief van 17 december 2025 aan eiseres, de vermelding dat deze op 23 december 2025 is afgehaald bij een PostNL-punt door eiseres, voorzien van een handtekening voor ontvangst. Op grond hiervan neemt de rechtbank aan dat eiseres de uitnodiging voor de zitting van 20 februari 2026 heeft ontvangen. Zij is dus tijdig en op de juiste wijze uitgenodigd om op de zitting te verschijnen.

Feiten

2. Eiseres is eigenaar van de onroerende zaak. Het betreft een geschakelde recreatiewoning uit 2010 met 36 m² gebruiksoppervlak op een perceel van 200 m².

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de waarde van de onroerende zaak op een niet te hoog bedrag is vastgesteld. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
4. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar de waarde van de onroerende zaak niet op te hoog bedrag heeft vastgesteld
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
5. Op grond van artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ wordt de waarde van de onroerende zaak bepaald op de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Deze waarde is naar de bedoeling van de wetgever "de prijs welke door de meestbiedende koper besteed zou worden bij aanbieding ten verkoop op de voor de zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding". [1]
6. De heffingsambtenaar moet aannemelijk maken dat hij de waarde van de onroerende zaak niet op een te hoog bedrag heeft vastgesteld. Ter onderbouwing van de vastgestelde waarde heeft de heffingsambtenaar verwezen naar de als bijlage bij het verweerschrift opgenomen taxatiematrix. In deze matrix is de waarde onderbouwd aan de hand van een drietal referentieobjecten.
7. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar met de hiervoor onder 6. genoemde matrix en met de toelichting daarop in het verweerschrift en ter zitting het van hem verlangde bewijs heeft geleverd dat hij de waarde van de onroerende zaak niet te hoog heeft vastgesteld. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
8. De in de matrix genoemde referentieobjecten kennen wat grootte, kwaliteit, onderhoud, uitstraling en ligging inderdaad verschillen, maar de keuze voor deze objecten valt gelet op de markt van recreatiewoningen ten tijde van de waardepeildatum en de unieke kenmerken van de onroerende zaak van eiseres te rechtvaardigen. De heffingsambtenaar heeft zich in de matrix beperkt tot de recreatiewoningen die op hetzelfde recreatiepark zijn gelegen als de onroerende zaak. Met de onderlinge verschillen is, naar het oordeel van de rechtbank, zodanig rekening gehouden dat zij een juiste waardebepaling van de onroerende zaak niet in de weg staan.
9. De rechtbank wijst dan met name op de onroerende zaak aan [adres 2] uit hetzelfde bouwjaar, met dezelfde bouwstijl, met dezelfde oppervlakte en op hetzelfde recreatiepark, die op 30 augustus 2021 is overgedragen voor € 285.000. Deze verkoop is naar het oordeel van de rechtbank een overtuigende onderbouwing van de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van de onroerende zaak van eiseres. De onroerende zaak aan [adres 2] is weliswaar verder vóór de waardepeildatum verkocht, maar omdat dit referentieobject nagenoeg gelijk is aan de onroerende zaak van eiseres, op een iets groter perceel, maakt dat deze verkoop het meest geschikt is voor de waardebepaling. Met het tijdsverloop heeft de heffingsambtenaar door middel van een indexering rekening gehouden.
10. Wat betreft het standpunt dat haar onroerende zaak relatief klein is en minder geschikt voor gezinnen, overweegt de rechtbank dat de heffingsambtenaar met de taxatiematrix bij het verweerschrift met daarin de opgenomen even grote (of zoals eiseres betoogt even kleine) recreatiewoning aan [adres 2] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat ook kleinere recreatiewoningen op dit recreatiepark geliefd zijn en daarmee ook de vastgestelde waarde onderbouwt.
11. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de waarde van de onroerende zaak niet te hoog vastgesteld.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de WOZ-beschikking in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Praamstra, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.J. Haanstra, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op 3 maart 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Kamerstukken II 1992/93, 22 885, nr. 3, blz. 44