Uitspraak
[verdachte] ,
Tenlastelegging
- " of moet ik nu komen.je huis in de fik steken met jullie erin? En denk niet dat het bluf is" en/of
- " ik heb door jou niks meer te verliezen en ben bereid iemand te vermoorden voor ik er zelf uitstap" en/of
- " ik wacht je op zo ga nu centrum uit en op je route van hond lopen kom je me tegen" en/of
- " kom er nu aan maak jullie beide af" en/of
- " en [nickname] ga je me belle. Of willen jullie dood?"
De door verdachte ter zitting van 26 februari 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 21 november 2025, opgenomen op pagina 6 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025315970
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 21 november 2025, opgenomen op pagina 27 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025315970
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding d.d. 21 november 2025, opgenomen op pagina 30 van voornoemd dossier, inhoudend als bevindingen van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] , onder meer:
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 21 november 2025, opgenomen op pagina 9 van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige]:
De eigen waarneming van de rechtbank die bij het onderzoek op de terechtzitting van 26 februari 2026 door haar persoonlijk is gedaan in voornoemd procesdossier, voor zover inhoudende:
Bewezenverklaring
- " of moet ik nu komen.je huis in de fik steken met jullie erin? En denk niet dat het bluf is" en
- " ik heb door jou niks meer te verliezen en ben bereid iemand te vermoorden voor ik er zelf uitstap" en
- " ik wacht je op zo ga nu centrum uit en op je route van hond lopen kom je me tegen" en
- " kom er nu aan maak jullie beide af" en
- " en [nickname] ga je me belle. Of willen jullie dood?"
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Benadeelde partij
- ter zake feit 1 en 2: [slachtoffer 1] , tot een bedrag van 650,- ter zake van materiële schade en 500,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
- ter zake feit 1: [slachtoffer 2] , tot een bedrag van 120,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen.
een gedeelte, groot 68 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaar, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
- het bedrag van 650,- (zegge: zeshonderdvijftig euro);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 november 2025 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
- het bedrag van 75,- (zegge: vijfenzeventig euro);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 november 2025 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.