ECLI:NL:RBNNE:2026:776
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde recreatiewoning op grond van gelijkheidsbeginsel
Eiseres is eigenaar van een 10-persoons recreatiewoning in een park en betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van € 268.000 per 1 januari 2023. Zij voert aan dat de waarde te hoog is en beroept zich op het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar drie vergelijkbare woningen met lagere WOZ-waarden. De heffingsambtenaar handhaaft de waarde en onderbouwt dit met een taxatierapport en een waardematrix.
De rechtbank beoordeelt of de waarde niet hoger is vastgesteld dan de waarde in het economisch verkeer, zoals bedoeld in de Wet WOZ. De rechtbank oordeelt dat de verschillen in gebruiksoppervlakte en perceeloppervlakte tussen de woningen niet verwaarloosbaar zijn, waardoor het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. De heffingsambtenaar heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de waarde correct is vastgesteld, mede op basis van vergelijkbare referentieobjecten en een taxatierapport.
Verder wijst de rechtbank de stellingen van eiseres af dat er fouten in het taxatierapport staan of dat de woning onjuist is vergeleken met andere typen woningen. Ook het argument dat de woning moeilijk te verhuren is, speelt geen rol bij de waardebepaling. De WOZ-waarde wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld en is niet afhankelijk van voorgaande jaren. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, de beschikking en aanslag OZB blijven gehandhaafd en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van € 268.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.