Uitspraak
1.De procedure
- de producties van [gedaagde]
- de aanvullende producties van [eiseres]
- de mondelinge behandeling van 4 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [gedaagde].
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De werknemer is sinds 2013 in dienst bij de werkgever en ontving een vast maandsalaris gebaseerd op 100 uren per maand. Vanaf juli 2025 betaalde de werkgever het salaris niet tijdig en verrekende minuren met het salaris, omdat zij meende dat de werknemer minder uren had gewerkt dan afgesproken.
De werknemer vorderde betaling van het achterstallige loon, wettelijke verhoging en rente, nakoming van de arbeidsovereenkomst en salarisspecificaties. De werkgever betwistte de vordering en stelde dat de werknemer minder uren had gewerkt en dat het dienstverband per 23 februari 2026 was geëindigd door overdracht van bedrijfsactiviteiten.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer voldoende aannemelijk had gemaakt dat zij minimaal 100 uren per maand had gewerkt, ondanks onvolledige urenregistratie en thuiswerk. De werkgever had het salaris onterecht niet volledig betaald en mocht geen minuren verrekenen. De cao was van toepassing en de werknemer had recht op de cao-loonsverhogingen.
De loonvordering werd toegewezen tot 23 februari 2026, inclusief wettelijke verhoging en rente. De vordering tot nakoming van de arbeidsovereenkomst na die datum werd afgewezen vanwege overdracht. De werkgever werd veroordeeld tot verstrekking van salarisspecificaties en betaling van proceskosten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon inclusief wettelijke verhoging en rente tot 23 februari 2026 en tot verstrekking van salarisspecificaties.