De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoeker] B.V., gevestigd te Groningen, verzocht de rechtbank om homologatie van een akkoord in het kader van een WHOA-procedure. De BV was financieel getroffen door de Brexit, Covid-19-pandemie en de oorlog in Oekraïne, wat leidde tot een startverklaring in mei 2025 en een akkoordaanbieding aan schuldeisers in november 2025.
De rechtbank stelde vast dat de BV ontvankelijk was in haar verzoek, aangezien meerdere klassen schuldeisers met het akkoord hadden ingestemd, waaronder klassen met schuldeisers die bij faillissement een uitkering konden verwachten. De procedure werd online behandeld op 3 februari 2026, waarbij de middellijk bestuurder, advocaten en de observator werden gehoord.
De rechtbank beoordeelde dat er geen afwijzingsgronden waren en dat het akkoord voldoende was onderbouwd, met een duidelijke klassenindeling en een realistische betalingsregeling. Er was geen sprake van bedrog of oneerlijke bevoordeling. De nakoming van het akkoord was gewaarborgd en de stemgerechtigden hadden voldoende informatie en bedenktijd gehad.
Op 5 februari 2026 heeft de rechtbank het akkoord van [verzoeker] B.V. gehomologeerd, waarmee het akkoord bindend werd voor alle betrokken schuldeisers.