ECLI:NL:RBNNE:2026:822
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk wegens onvoldoende minnelijk traject en bewijs
Verzoekster heeft op 26 september 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft verzoekster verzocht aanvullende informatie te verstrekken, maar deze is niet ontvangen. Tijdens de zitting van 21 januari 2026 is verzoekster niet verschenen, wel een vertegenwoordiger van het schuldhulpverleningsbedrijf.
De rechtbank oordeelt dat het minnelijk traject onvoldoende is doorlopen, aangezien geen aanbod aan schuldeisers is gedaan ondanks een berekende afloscapaciteit. De motivering voor het overslaan van dit traject is onvoldoende onderbouwd, mede omdat niet duidelijk is welke pogingen zijn gedaan om de schulden volledig in kaart te brengen, ondanks beschermingsbewind sinds augustus 2024.
Daarnaast ontbreekt bewijs dat verzoekster niet in staat is om te werken, zoals een keuringsrapport of medische verklaring, en is onduidelijk of sprake is van een verslaving. Verzoekster is niet verschenen om deze punten toe te lichten. Gezien deze tekortkomingen voldoet het verzoek niet aan de vereisten van artikel 285 van Pro de Faillissementswet, waardoor de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk verklaart.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toepassing van de Wsnp wegens onvoldoende minnelijk traject en ontbrekend bewijs.