ECLI:NL:RBNNE:2026:823

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
C/18/250442 / FT RK 25/1315
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord ondanks weigering schuldeiser

Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden waarbij hij gedurende achttien maanden zijn afloscapaciteit spaart, met een prognose van uitkering aan schuldeisers van 69,7% aan preferente en 34,85% aan concurrente schuldeisers. Alle schuldeisers behalve Defam hebben het akkoord aanvaard.

Defam weigert akkoord te gaan en stelt dat verzoeker zijn schulden binnen vier jaar kan aflossen, maar de rechtbank oordeelt dat het aanbod het maximaal haalbare is en dat de langere termijn van Defam onredelijk is. De rechtbank weegt de belangen van alle partijen af en concludeert dat het aanbod gunstiger is dan toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).

De rechtbank stelt vast dat het voorstel is ingediend en getoetst door een bevoegde en onafhankelijke instantie, Gemeente Heerenveen, en dat het aanbod goed onderbouwd is. De weigering van Defam wordt als onredelijk beoordeeld, waarna het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt toegewezen en het verzoek tot toelating tot de Wsnp als ingetrokken wordt beschouwd.

Uitkomst: Verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt toegewezen en schuldeiser Defam wordt bevolen akkoord te gaan.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
Zaaknummer: C/18/250442 / FT RK 25/1315

vonnis van 4 februari 2026

in de zaak van:
[verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen verzoeker,
tegen
Defam B.V., gevestigd te Bunnik , correspondentieadres: Postbus 178, 3980 CD Bunnik ,
hierna te noemen Defam.

PROCESGANG

Op 28 november 2025 is ter griffie van deze rechtbank ingekomen een verzoekschrift tot toelating tot de schuldsaneringsregeling en tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet (Fw).
Defam heeft op 16 januari 2026 een verweerschrift ingediend.
Het verzoekschrift tot vaststelling van een dwangakkoord is behandeld ter zitting van 21 januari 2026. Hierbij zijn verschenen verzoeker bijgestaan door mevrouw [schuldhulpverlener] , schuldhulpverlener en werkzaam bij Gemeente Heerenveen. Defam is opgeroepen maar niet ter zitting verschenen.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

RECHTSOVERWEGINGEN

De feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. De totale schuldenlast van verzoeker is
€ 34.231,83. Door privéomstandigheden zijn er financiële problemen ontstaan. Verzoeker maakt gebruik van budgetbeheer.
Verzoeker heeft met hulp van Gemeente Heerenveen op 22 mei 2025 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers op basis van een prognoseakkoord. Dit akkoord houdt – samengevat – in dat verzoeker gedurende achttien maanden zijn maandelijkse afloscapaciteit (alle inkomsten boven het vrij te laten bedrag) zal sparen. Gemeente Heerenveen houdt toezicht op de nakoming van de verplichtingen op grond van de schuldregeling. Ten tijde van het aanbod is de prognose dat er 69,7 % aan de preferente schuldeiser en 34,85 % aan de concurrente schuldeisers kan worden uitgekeerd tegen finale kwijting van het restant.
De schuldregeling is door alle schuldeisers behalve Defam aanvaard.

Het verweer

Defam heeft haar weigering om met het aanbod in te stemmen bij verweerschrift van 16 januari 2026 toegelicht. Verzoeker heeft in juni 2018 een lening afgesloten bij Defam. De lening is aangegaan in juni 2018 en zou voldaan moeten zijn in juni 2024. De lening is niet binnen de afgesproken termijn terugbetaald. Sinds het aangaan van de lening is 13 % van de vordering voldaan. Verzoeker kan volgens Defam uitgaande van zijn maandelijkse afloscapaciteit van € 711,41 per maand zijn schulden binnen 4 jaar betalen.

De beoordeling van het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord

De rechtbank wijst het verzoek om een dwangakkoord op te leggen toe. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot deze beslissing komt.
Beoordelingskader
De rechtbank overweegt dat een verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. De rechtbank moet ten eerste vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank vaststellen dat de weigering van een verweerder om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling onredelijk is. Hierbij moet de rechtbank de belangen van de weigerende schuldeiser(s), de overige schuldeisers en de schuldenaar tegen elkaar afwegen.
Bevoegde instantie
De rechtbank stelt allereerst vast dat het voorstel is ingediend en getoetst door Gemeente Heerenveen. Gemeente Heerenveen heeft vooral gekeken naar de positie van de schuldeisers wanneer er geen dwangakkoord tot stand zou komen, maar verzoeker zou worden toegelaten tot de Wsnp. Gemeente Heerenveen is volgens de rechtbank een onafhankelijke en deskundige partij. Naar het oordeel van de rechtbank is het voorstel goed en betrouwbaar uitgelegd met documenten en voldoende onderbouwd.
Belangenafweging
Het is belangrijk dat personen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. Uitgangspunt is echter dat een schuldeiser mag weigeren om mee te werken aan een door de schuldenaar aangeboden schuldregeling als die schuldenaar maar een deel van de vordering hoeft te betalen. Alleen in bijzondere gevallen kan een schuldeiser daarom gedwongen worden om akkoord te gaan met zo'n aanbod. Het is dan aan de schuldenaar om deze bijzondere feiten en omstandigheden te stellen en, waar nodig, te bewijzen. Het moet duidelijk zijn dat de weigering van de schuldeisers niet redelijk is. Om dit te kunnen beoordelen weegt de rechtbank de belangen van alle betrokkenen tegen elkaar af.
Deze regeling is gunstiger dan de Wsnp
De rechtbank is van oordeel dat, indien verzoeker zou worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, zijn schuldeisers aan het einde van de wettelijke schuldsaneringsregeling geen hogere uitkering tegemoet kunnen zien dan in het kader van de aangeboden schuldregeling. De spaarcapaciteit gedurende de schuldsaneringsregeling is bij gelijkblijvende omstandigheden lager dan de aangeboden akkoordsom. Op basis van de huidige gegevens kan er aan het einde van de wettelijke schuldsaneringsregeling na aftrek van de bewindvoerderkosten aan de schuldeisers een lagere uitkering worden gedaan. De rechtbank merkt daarbij op dat de kosten van de wettelijke schuldsaneringsregeling hoger zijn dan de bemiddelingskosten die Gemeente Heerenveen in rekening brengt.
Maximaal haalbare?
Het voorstel van verzoeker is naar het oordeel van de rechtbank het maximaal haalbare. Verzoeker is fulltime werkzaam en heeft een jaarcontract met uitzicht op een vaste baan. Een mogelijke stijging van zijn inkomen komt gedurende het minnelijk traject ten goede aan de schuldeisers. Het voorstel is daarmee het maximaal haalbare dat van verzoeker op financieel gebied kan worden verwacht. Mocht het inkomen van verzoeker en daarmee de afloscapaciteit veranderen, dan heeft dit zowel in een wettelijke schuldsaneringsregeling als in het buitengerechtelijk traject invloed op het uitkeringspercentage aan de schuldeisers.
Defam heeft aangevoerd dat verzoeker in staat moet worden geacht om in 4 jaar zijn volledige schuldenlast in te lossen. Ten aanzien van dit verweer overweegt de rechtbank dat Defam oorspronkelijk een geldleenovereenkomst heeft afgesloten met verzoeker met een lange looptijd en in die zin al een langere termijn van afbetaling heeft ingecalculeerd. Dit in tegenstelling tot andere schuldeisers, wiens vorderingen direct opeisbaar zijn en die niet langer willen wachten op betaling.
Het verzoek dient verder getoetst te worden aan de nu geldende wetgeving. De wsnp heeft een looptijd van 18 maanden en om die reden is het niet onredelijk het aanbod in beginsel ook te baseren op een minnelijk traject met een duur van 18 maanden. De door Defam voorgestelde periode is zodanig langer dat het belang van verzoeker hier dient te prevaleren boven dat van Defam.
Verhouding tot overige schuldeisers
De rechtbank neemt bij haar beslissing voorts in aanmerking dat uit de door verzoeker overgelegde stukken blijkt dat een ruime meerderheid van de schuldeisers (samen ruim 58 % van het gehele schuldenbedrag vertegenwoordigend) heeft verklaard in te willen stemmen met het aangeboden akkoord
Conclusie
Omdat het aanbod van verzoeker goed en betrouwbaar is gedocumenteerd, voldoende is onderbouwd, en de Wsnp de weigerende schuldeisers geen beter vooruitzicht biedt dan de aangeboden schuldregeling, is de rechtbank van oordeel dat de weigering van Defam om akkoord te gaan, niet redelijk is. Zij hebben namelijk onvoldoende belang bij de weigering van de aangeboden schuldregeling, terwijl verzoeker en de andere schuldeisers wel belang hebben bij aanvaarding daarvan.
Het Wsnp-verzoek is niet langer aan de orde
Omdat het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal worden toegewezen, hoeft het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling niet meer besproken te worden. De rechtbank beschouwt het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling als ingetrokken.

De beslissing

De rechtbank:
- beveelt Defam in te stemmen met de hierboven genoemde schuldregeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. Klijn, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.