Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
hierna te noemen: de rechter.
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.Het standpunt van de rechter
4.De beoordeling
5.De beslissing
- de verzoeker;
- de gewraakte rechter, mr. T.K. Hoogslag;
Rechtbank Noord-Nederland
De wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland behandelde op 11 maart 2026 het verzoek van een partij tot wraking van mr. T.K. Hoogslag, rechter in een civiele procedure. De verzoeker stelde dat hij onbegrijpelijke weerstand ondervond en onvoldoende gelegenheid kreeg om stukken te betwisten, waaronder het buiten beschouwing laten van een akte en het afzien van het afzonderlijk horen van getuigen.
De rechter gaf aan dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk of ongegrond moest worden verklaard, omdat de aangevoerde procedurele beslissingen gangbaar zijn en niet kunnen leiden tot wraking tenzij sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die wijzen op vooringenomenheid. De rechtbank overwoog dat het verzoek zich richtte op een procedurele beslissing die niet als grond voor wraking kan dienen en dat er geen concrete feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen.
De wrakingskamer besloot het verzoek kennelijk ongegrond te verklaren en de procedure voort te zetten zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. De mondelinge behandeling van het verzoek werd achterwege gelaten. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.