Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:857

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
252583
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:263 BWArt. 1:264 BWArt. 807 RvArt. 1:1 AwbArt. 1:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veiligheidsafspraak en handhaving schriftelijke aanwijzing in belang van kinderen

De moeder verzocht de kinderrechter om de schriftelijke aanwijzing van de Gecertificeerde Instelling (GI) geheel te laten vervallen, met name de veiligheidsafspraak dat haar moeder (oma) buiten werktijd in haar woning aanwezig moet zijn ter ondersteuning en veiligheid van de kinderen. De moeder betoogde dat deze afspraak niet langer noodzakelijk is omdat zij zelfstandig kan zorgen voor de opvoeding en er geen recente meldingen van problemen zijn.

De GI handhaafde de aanwijzing en stelde dat de veiligheidsafspraak noodzakelijk blijft vanwege het langdurige patroon van onveiligheid en huiselijk geweld tussen de ouders, en het ontbreken van voldoende zicht op de voortgang van de behandeling van de moeder. De vader gaf aan dat sinds april 2025 geen fysiek geweld meer heeft plaatsgevonden, maar erkende dat spanningen blijven.

De kinderrechter oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing zorgvuldig is voorbereid en gemotiveerd. Er blijven zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen, mede door het wisselende contact tussen de ouders en het feit dat de behandeling van de moeder nog niet is afgerond. De veiligheidsafspraak blijft daarom in stand, ondanks de belasting voor de moeder en haar moeder. De kinderrechter riep de ouders op om mee te werken aan de hulpverlening en evaluaties.

De verzoeken van de moeder werden afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: De kinderrechter handhaaft de schriftelijke aanwijzing en bevestigt de veiligheidsafspraak dat de oma buiten werktijd in de woning van de moeder aanwezig blijft ter bescherming van de kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Leeuwarden
Zaaknummer: C/18/252583 / JE RK 26-212
Datum uitspraak: 18 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over de schriftelijke aanwijzing
in de zaak van
[Naam] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. H.C.L. Crozier uit Sneek,
over
[Naam], geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[Naam], geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[Naam], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[Naam],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid,gevestigd te Leeuwarden,
hierna te noemen de GI (Gecertificeerde Instelling).

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de moeder met bijlagen, ontvangen op 6 februari 2026;
  • de berichten van de moeder met bijlagen, ontvangen op 11 februari 2026;
  • de door de moeder nagezonden beschikking van de kinderrechter over een wijzing van de zorgregeling van 29 januari 2026, ontvangen op 24 februari 2026;
  • het bericht van de GI met bijlage, ontvangen op 24 februari 2026;
  • het bericht van de GI met bijlage, ontvangen op 25 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader;
  • [naam] en [naam] , jeugdbeschermers, namens de GI.

2.De feiten

2.1.
De moeder en de vader zijn samen belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
2.2.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 november 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengd tot 10 december 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 december 2025 de bij beschikking van 8 april 2025 vastgestelde zorgregeling gewijzigd en bepaald dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] eens per twee weken gedurende anderhalf uur omgang hebben met de vader onder begeleiding van een omgangsbegeleider, tenzij de behandelaars van de vader adviseren de omgang niet door te laten gaan. Daarnaast heeft de kinderrechter bepaald dat de regie ten aanzien van de uitbreiding van de zorgregeling op plaats, frequentie, tijdsduur en begeleiding wordt overgelaten aan de GI. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 januari 2026 de zorgregeling opnieuw gewijzigd en bepaald dat de regie over de contacten tussen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en de vader wordt belegd bij de GI.
2.5.
De GI heeft op 23 januari 2026 een schriftelijke aanwijzing gegeven aan de moeder betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Hierin is het volgende opgenomen:
- U werkt mee aan de noodzakelijke behandeling vanuit de forensische poli. Deze behandeling is noodzakelijk voor de opvoeding en verzorging van uw kinderen omdat u en de vader van uw jongste kinderen samen zorgen voor onveiligheid voor de kinderen. Hierbij zoekt u veelvuldig contact met de vader, gaat u ongevraagd bij hem langs en belast u zijn netwerk met negatieve berichten over hem en andere betrokkenen rondom de vader. U reageert niet op de vader zijn verzoek om met rust gelaten te worden en daarmee bent u niet alleen slachtoffer van huiselijk geweld, maar heeft u hier beiden een aandeel in. De behandeling vanuit de forensische poli kan met u aan de slag gaan om dit patroon te doorbreken. Zonder deze hulpverlening zullen u en de vader blijven vervallen in het chronische patroon van huiselijk geweld waarbij de kinderen opnieuw worden blootgesteld aan huiselijk geweld. Dit maakt dat deze vorm van hulpverlening noodzakelijk is voor de opvoeding en verzorging van uw kinderen. Zonder aanpak van uw beider aandeel in het ontstaan van het huiselijk geweld blijft de thuissituatie voor uw kinderen onveilig en onvoorspelbaar. Dat is niet in hun belang.
- U werkt mee aan de hulpverlening vanuit de forensische poli en volgt de hieruit voortkomende adviezen op, in het belang van uw kinderen. Dit houdt ook in dat u indien aangegeven, fysiek aanwezig bent bij de afspraken om zo tot een zo goed mogelijke behandeling te komen.
- U werkt mee aan de veiligheidsafspraken van 8 april 2025, die samen met u en de vader zijn gemaakt vanuit de GI en het MDA++ om de veiligheid van u en uw kinderen te kunnen waarborgen.
Dit zijn:
- De vader komt niet in uw woning;
- De vader ziet de kinderen niet buiten de begeleide omgangsmomenten om;
- Uw moeder is buiten haar werk om bij u in de woning aanwezig om u te helpen bij de opvoeding van de kinderen en voor de veiligheid van de kinderen.

3.Het verzoek

3.1.
De moeder verzoekt de kinderrechter om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de moeder ontvankelijk te verklaren in haar verzoek;
II. de schriftelijke aanwijzing van de GI van 26 januari 2026 geheel vervallen te verklaren en op grond van artikel 1:264 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) schorsende werking aan het verzoek tot vervallen verklaren te verlenen;
III. de GI te veroordelen in de kosten van dit geding.
3.2.
Ter onderbouwing van het verzoek voert de moeder aan dat zij het niet eens is met een deel van de inhoud van de schriftelijke aanwijzing. Haar bezwaar richt zich op het laatste onderdeel van de schriftelijke aanwijzing:
"Uw moeder is buiten haar werk om bij u in de woning aanwezig om u te helpen bij de opvoeding van de kinderen en voor de veiligheid van de kinderen."Volgens de moeder grijpt de GI hiermee terug op afspraken die in 2025 zijn gemaakt nadat zij het moeder-kindhuis had verlaten. Destijds mocht de moeder onder die voorwaarde zelfstandig gaan wonen, zodat er zicht bleef op de veiligheid van de kinderen. Deze afspraken zijn inmiddels ruim een jaar geleden gemaakt. De moeder en de oma hebben de GI al meerdere keren gevraagd of deze voorwaarde beëindigd kon worden. Hier heeft de GI niet op gereageerd. De moeder geeft aan dat haar moeder momenteel nog steeds dagelijks na haar werk bij haar thuis komt en ook blijft slapen. Dit legt een grote druk op haar moeder, die heeft aangegeven graag weer meer ruimte te willen voor haar eigen leven. Bovendien is er ook geen contact geweest met de oma over de gemaakte afspraken,
terwijl zij nu wordt verplicht dagelijks in de woning van de moeder aanwezig te zijn. De moeder is van mening dat deze voorwaarde niet langer noodzakelijk is en is van mening dat de GI onvoldoende heeft onderbouwd waarom dat wel nodig is. De moeder is van mening dat zij in staat is om zelfstandig zorg te dragen voor de opvoeding en verzorging van de kinderen. Er zijn bovendien in het afgelopen jaar geen meldingen meer geweest waaruit blijkt dat het niet goed zou gaan tussen de ouders. De moeder heeft geen bezwaar tegen de andere onderdelen van de schriftelijke aanwijzing, zoals dat de vader niet in de woning aanwezig mag zijn en dat zij meewerkt aan de hulpverlening van de forensische poli. De moeder volgt deze behandeling en heeft hier ook baat bij.

4.De standpunten

De GI
4.1.
De GI heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de moeder en handhaaft de schriftelijke aanwijzing. De GI is van mening dat de afspraak dat de oma buiten haar werktijden in de woning van de moeder aanwezig is nog steeds noodzakelijk is in het belang van de kinderen. Deze afspraak is gemaakt vanwege de langdurige zorgen over het patroon in de relatie tussen de ouders. De moeder heeft eerder meerdere keren aangegeven dat zij zich niet voldoende weerbaar voelt tegenover de vader en verwacht dat zij hem niet altijd buiten de deur kan houden. Zolang de behandeling van de moeder nog niet is afgerond en er onvoldoende zicht is op de voortgang daarvan, vindt de GI het in het belang van de kinderen dat deze veiligheidsafspraak blijft gelden. De GI is bereid om met de moeder en de oma in gesprek te gaan over het eventueel aanpassen van deze afspraak. Daarvoor is volgens de GI wel nodig dat er meer openheid komt over de behandeling van de moeder, zodat kan worden beoordeeld of de veiligheid van de kinderen voldoende is gewaarborgd. Daarnaast ziet de GI ook aan de kant van de vader geen ontwikkelingen die aanleiding geven om de veiligheidsafspraken te herzien. De vader heeft weliswaar korte tijd in een verslavingskliniek verbleven, maar heeft daar geen behandeling gevolgd. Volgens de GI bestaat daarom nog steeds het risico dat de kinderen opnieuw worden blootgesteld aan spanningen tussen de ouders of aan huiselijk geweld als de oma niet in de woning aanwezig is.
De vader
4.2.
Over de videobelmomenten, die ouders zelf hebben geïnitieerd, verklaart de vader dat deze hebben plaatsgevonden voor de beschikking van de rechtbank waarbij de GI de volledige regie over de omgang heeft gekregen. Het was voor de ouders niet duidelijk dat dit in strijd was met de gemaakte afspraken. De vader is van mening dat er te veel wordt teruggegrepen op gebeurtenissen uit het verleden. Volgens hem heeft er sinds april 2025 geen huiselijk geweld meer plaatsgevonden. De vader geeft aan dat het goed met hem gaat: hij werkt fulltime en staat onder toezicht van de reclassering. Via de reclassering zal hij opnieuw starten met een behandeling bij de GGZ.

5.Het wettelijk kader

5.1.
Ter uitvoering van haar taak kan de GI schriftelijke aanwijzingen geven betreffende de verzorging en opvoeding van een minderjarige. [1] De GI kan dit doen indien de met het gezag belaste ouder(s) of minderjarige niet instemt met, dan wel onvoldoende medewerking verleent aan, de uitvoering van het hulpverleningsplan of indien dit noodzakelijk is teneinde de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. De met het gezag belast ouder(s) en de minderjarige dienen de schriftelijke aanwijzing op te volgen. In het geval de schriftelijke aanwijzing niet wordt nageleefd, kan de GI de rechter verzoeken om de gegeven schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen.
5.2.
De rechter kan op verzoek van een met het gezag belaste ouder of minderjarige van twaalf jaar of ouder een schriftelijke aanwijzing geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren. [2] Het verzoek heeft geen schorsende kracht, tenzij de rechter het tegendeel bepaalt. De termijn voor het indienen van het verzoek bedraagt twee weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop de beslissing is verzonden of uitgereikt. Ten aanzien van een na afloop van deze termijn ingediend verzoek blijft niet-ontvankelijkverklaring achterwege indien de verzoeker redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden in verzuim te zijn geweest.
5.3.
De GI is een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), zodat de schriftelijke aanwijzing van de GI een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb is. Dit betekent dat voldaan moet worden aan de eisen van een zorgvuldige voorbereiding en een deugdelijke motivering. Wat de inhoudelijke toets betreft, dient beoordeeld te worden of de GI in redelijkheid tot de schriftelijke aanwijzing heeft kunnen komen en of de schriftelijke aanwijzing in het belang van de kinderen kan worden geacht. De rechter beoordeelt dit naar de situatie van dit moment en kan rekening houden met gewijzigde omstandigheden.

6.De beoordeling

Ontvankelijkheid
6.1.
De kinderrechter dient in de eerste plaats vast te stellen of de moeder ontvankelijk is in haar verzoek. De kinderrechter stelt vast dat de moeder tijdig het verzoek tot vervallenverklaring heeft ingediend bij de rechtbank. De kinderrechter verklaart de moeder daarmee ontvankelijk in haar verzoek. Dat betekent dat de kinderrechter toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van het verzoek.
Schorsende werking
6.2.
De kinderrechter heeft (voorafgaand aan de zitting) geen aanleiding gezien om, zoals door de moeder is verzocht, schorsende werking toe te kennen aan het verzoek. Het uitgangspunt is immers dat een verzoek tot vervallenverklaring geen schorsende werking heeft, tenzij de spoedeisendheid van het verzoek dat rechtvaardigt. De moeder heeft nagelaten de spoedeisendheid te onderbouwen, zodat er geen aanleiding was en is om de schriftelijke aanwijzing te schorsen.
Inhoudelijke beoordeling
De schriftelijke aanwijzing
6.3.
De kinderrechter stelt allereerst vast dat de schriftelijke aanwijzing van de GI zorgvuldig is voorbereid, deugdelijk is gemotiveerd en dat de GI in redelijkheid tot deze aanwijzing heeft kunnen komen, gelet op de zorgen die er zijn over het patroon tussen de ouders en de gevolgen hiervan voor de ontwikkeling en de veiligheid van de kinderen. De moeder heeft overigens ook geen verweer gevoerd tegen de totstandkoming van de schriftelijke aanwijzing.
6.4.
De kinderrechter moet vervolgens beoordelen of de schriftelijke aanwijzing in het belang van de kinderen kan worden geacht. De kinderrechter overweegt dat er nog steeds zorgen bestaan over de ontwikkeling en de veiligheid van de kinderen. In de beschikking van 25 november 2025 heeft de kinderrechter geoordeeld dat de ontwikkelingsbedreigingen van de kinderen nog onverminderd aanwezig zijn. De zorgen zien met name op de onveilige opvoedsituatie waarin de kinderen zijn opgegroeid, waarbij zij terugkerend oor- en ooggetuige zijn geweest van huiselijk geweld tussen de ouders. De kinderen hebben daardoor spanningsvolle en angstige situaties meegemaakt. Daarnaast bestaan er zorgen over de draagkracht van de moeder en haar beschikbaarheid voor de kinderen. Ook zijn er zorgen over de emotieregulatieproblematiek en het middelengebruik bij de vader. De GI heeft de taak om uitvoering te geven aan de ondertoezichtstelling en het doel van de ondertoezichtstelling is om deze zorgen weg te nemen.
6.5.
De moeder is het niet eens met de veiligheidsafspraak dat haar moeder buiten haar werktijden in de woning aanwezig moet zijn om te helpen bij de opvoeding van de kinderen en om de veiligheid van de kinderen te waarborgen. Deze afspraak is ongeveer een jaar geleden gemaakt. De kinderrechter stelt voorop dat aan deze afspraak langdurige zorgen over de relatie tussen de ouders en de gevolgen daarvan voor de kinderen ten grondslag liggen. Al jaren is sprake van een patroon waarbij de ouders elkaar afwisselend opzoeken en weer afstand van elkaar nemen, waarbij spanningen en conflicten ontstaan. Ook heeft er fysiek geweld plaatsgevonden, zo heeft de vader de moeder op 16 april 2025 naar de grond gebracht, waardoor de knie van de moeder is gebroken. De kinderen worden hiermee belast. Hoewel de ouders hebben aangegeven dat er sinds april 2025 geen fysiek geweld meer tussen hen heeft plaatsgevonden, is naar het oordeel van de kinderrechter nog onvoldoende gebleken dat de situatie tussen de ouders (duurzaam) is veranderd. Uit de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen, blijkt immers dat de ouders wisselend contact blijven houden en elkaar nog steeds zien, terwijl daarover veiligheidsafspraken zijn gemaakt. De spanningen tussen de ouders kunnen ook zonder fysiek geweld belastend zijn voor de kinderen. Ook beseft de moeder naar het oordeel van de kinderrechter onvoldoende wat de risico’s van het contact met de vader zijn. Daar komt bij dat er nog onvoldoende zicht is op de behandeling van de moeder, de voortgang daarvan en onduidelijk is wat het effect is van de behandeling. Ook aan de kant van de vader zijn er nog geen duidelijke veranderingen zichtbaar. De vader heeft weliswaar tijdelijk in een verslavingskliniek verbleven, maar is voortijdig vertrokken en heeft daar geen behandeling afgerond. Uit de stukken blijkt bovendien dat in juli en december 2025 nog sprake was van middelengebruik en dat er nog onvoldoende is gewerkt aan de emotieregulatieproblematiek van de vader. Verder is gebleken dat de ouders zich niet altijd aan de gemaakte afspraken houden. Ook hebben beide ouders aangegeven dat zij niet bij de geplande evaluatie van de omgang kunnen zijn. Dit maakt het voor de GI lastig om zicht te houden op de situatie en om te werken aan het wegnemen van de ontwikkelingsbedreigingen.
6.6.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter met de GI van oordeel dat nog onvoldoende is gebleken dat de omstandigheden zodanig zijn veranderd dat de veiligheidsafspraak kan worden losgelaten. De kinderrechter begrijpt dat deze afspraak belastend kan zijn voor zowel de moeder als de oma, maar acht het in het belang van de kinderen dat deze afspraak voor nu in stand blijft. De GI heeft ter zitting aangegeven bereid te zijn om met de moeder en de oma in gesprek te gaan over de mogelijkheden en de praktische invulling van deze afspraak in de toekomst.
6.7.
Tot slot roept de kinderrechter de ouders op om het contact met de GI aan te gaan en mee te werken aan de gesprekken en de evaluatiemomenten die in het kader van de ondertoezichtstelling worden georganiseerd. Dit is noodzakelijk om samen (verder) te kunnen werken aan het wegnemen van de zorgen.
Proceskosten
6.8.
Met betrekking tot het verzoek van de moeder om de GI in de proceskosten te veroordelen, overweegt de kinderrechter dat hiertoe geen aanleiding bestaat, alleen al vanwege het feit dat de moeder de in het ongelijk gestelde partij is. Ook is een proceskostenveroordeling niet gebruikelijk in dit soort zaken.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
wijst de verzoeken van de moeder af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Teertstra, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026, in aanwezigheid van mr. B. Kuik als griffier.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open. [3]

Voetnoten

1.Artikel 1:263 BW Pro.
2.Artikel 1:264 BW Pro.
3.Artikel 807 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).