Uitspraak
1.De (verdere) procedure
19 augustus 2025. Bij dit vonnis is Budget Thuis kort gezegd in de gelegenheid gesteld om alsnog leesbare schermafbeeldingen van het aanmeldproces in het geding te brengen, zodat kan worden getoetst of aan de toepasselijke informatieplichten is voldaan. Budget Thuis heeft deze gelegenheid niet benut.
2.De beoordeling
€ 100,00 is doorberekend. Als gevolg van hetgeen onder 2.1. is overwogen, is de in de eindnota begrepen opzegvergoeding van € 100,00 niet toewijsbaar. Budget Thuis heeft immers niet aangetoond dat aan de (essentiële) informatieplichten, waaronder artikel 6:230m lid 1 onder o en onder p van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), is voldaan. Dit betekent dat bij de eindnota van 28 november 2023 nog een bedrag van € 100,00 moet worden opgeteld voor teruggave aan [gedaagde] . De kantonrechter zal dit bedrag verrekenen met de hoofdsom, op de wijze zoals hierna vermeld.
[gedaagde] verschuldigde hoofdsom bedraagt daarmee € 527,90.
€ 527,90) toewijsbaar is, nu dit deel van de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Budget Thuis - nu de kantonrechter niet kan vaststellen of alle toepasselijke (essentiële) informatieplichten zijn nageleefd vanwege het door Budget Thuis niet overleggen van (voldoende) leesbare schermafbeeldingen van het aanmeldproces - haar informatieverplichting geschonden. Daaraan dient de rechter volgens het Hof van Justitie en de Hoge Raad gevolgen te verbinden die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Indien de consument bij schending van de informatieplicht toch volledige betaling verschuldigd zou zijn, zij het op een andere rechtsgrond dan de contractuele, dan zou de consument niet effectief worden beschermd. Het beroep op ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling kan daarom, in het licht van de regels van consumentenbescherming, niet slagen.
Betaalt u te laat? Dan sturen we u een herinnering. Voor elke factuur die niet binnen de herinneringstermijn van veertien dagen is betaald, ontvangt u een aanmaning waarop wij u € 15,- in rekening brengen. Wij stellen u in gebreke als u de aanmaning niet betaalt. Hiervoor brengen we€ 25,- in rekening. Wanneer u niet binnen de gestelde termijn van de ingebrekestelling heeft betaald, moeten we gerechtelijke incassomaatregelen nemen. Die kosten zijn wettelijk vastgelegd en worden apart bij u in rekening gebracht. Het gaat dan om incassokosten van 15% van het factuurbedrag met een minimum van € 40,-’.[gedaagde] moet volgens dit beding meer kosten vergoeden aan Budget Thuis dan hij op grond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is. Dat maakt het beding naar het oordeel van de kantonrechter oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13/EEG en van afdeling 6.5.3 van het BW. Het gevolg van de oneerlijkheid is dat het hiervoor aangehaalde beding wordt vernietigd en niet kan worden teruggevallen op een wettelijke regeling. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden daarom afgewezen.
3.De beslissing
17 maart 2026.