ECLI:NL:RBNNE:2026:909
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en toepassing KOUDV-factoren leidt tot handhaving waarde
Eiseres betwist de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning per 1 januari 2022, gesteld op € 284.000 door de heffingsambtenaar van de gemeente Coevorden. Zij voert aan dat onduidelijk is hoe de KOUDV-factoren zijn verwerkt en dat het voorzieningenniveau van de referentiewoningen onjuist is gekwalificeerd, wat volgens haar tot een lagere waarde zou moeten leiden.
De rechtbank beoordeelt of de WOZ-waarde niet hoger is vastgesteld dan de waarde in het economisch verkeer. Hoewel de rechtbank erkent dat de waardematrix van de heffingsambtenaar niet duidelijk maakt hoe de KOUDV-factoren zijn verrekend, leidt dit niet automatisch tot een te hoge waardering. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de woning op de waardepeildatum voor ten minste € 284.000 verkocht had kunnen worden, mede door vergelijking met drie referentiewoningen.
Verder erkent de heffingsambtenaar een discrepantie tussen de kwalificatie van het voorzieningenniveau in de matrix en zijn stellingen, maar stelt dat dit niet leidt tot een lagere waarde. De rechtbank volgt dit standpunt en concludeert dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de WOZ-waarde blijft gehandhaafd en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 284.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.