ECLI:NL:RBNNE:2026:968

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
25/243
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:40 Apv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit niet-inhoudelijke behandeling bezwaar carbidschieten

Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen een melding voor carbidschieten op oudejaarsdag, gedaan op grond van de Algemene plaatselijke verordening 2023 van de gemeente Emmen. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen een carbidmelding geen bezwaar mogelijk is.

Eisers hebben vervolgens beroep ingesteld tegen dit besluit. De rechtbank heeft op 11 maart 2026 het beroep behandeld. De kernvraag was of eisers nog procesbelang hadden, aangezien het evenement op 31 december 2024 al had plaatsgevonden.

De rechtbank oordeelt dat het enkel hebben van een formeel of principieel belang niet voldoende is voor procesbelang. Omdat eisers geen omstandigheden hebben gesteld die dit anders maken, is er geen actueel procesbelang. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eisers krijgen het griffierecht niet terug en geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan actueel procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/243

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2026 in de zaak tussen

[eisers] namens [naam] , uit [plaats] , eisers

(gemachtigde: mr. J.G.H. van der Kolk),
en

de burgemeester van de gemeente Emmen, verweerder

(gemachtigde: N. Dimitroff).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit om het bezwaarschrift van eisers niet inhoudelijk te behandelen. Eisers zijn het daar niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1.
Op 25 november 2024 is er een melding carbidschieten op oudejaarsdag gedaan, op grond van de Algemene plaatselijke verordening 2023 (Apv) van de gemeente Emmen [1] . Tegen deze melding is bezwaar gemaakt door eisers.
2.2.
Met het bestreden besluit van 30 december 2024 heeft verweerder het bezwaar van eisers kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat er tegen een carbidmelding geen bezwaar gemaakt kan worden.
2.3.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 11 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers en hun gemachtigde en de gemachtigde van verweerder.

De beoordeling

Het procesbelang van eisers
3. Het evenement waarvoor de melding is gedaan heeft plaatsgevonden op
31 december 2024. De rechtbank moet daarom eerst beoordelen of eisers procesbelang hebben. Zij kunnen met het beroep namelijk niet meer het doel bereiken dat hen voor ogen staat. Het hebben van alleen een formeel of principieel belang is niet genoeg voor het aannemen van voldoende procesbelang.
3.1.
De rechtbank stelt vast dat in het beroepschrift en op de zitting door eisers geen omstandigheden zijn gesteld op basis waarvan de rechtbank toch procesbelang moet aannemen. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat eisers geen procesbelang hebben bij het voeren van deze beroepsprocedure. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
3.2.
Dit betekent voor eisers dat de zaak niet inhoudelijk wordt beoordeeld. De rechtbank komt dus niet toe aan de exceptieve toets [2] waar eisers ook om hebben gevraagd.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eisers krijgen het griffierecht niet terug en zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, rechter, in aanwezigheid van
K.D. Bosklopper, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Raadpleeg hiervoor artikel 2:40 van Pro de Apv.
2.Hiermee wordt bedoeld de beoordeling of er op grond van hogere regelgeving reden is om de Apv buiten toepassing te laten of onverbindend te verklaren.