ECLI:NL:RBOBR:2013:2300

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
13 juni 2013
Publicatiedatum
23 juni 2013
Zaaknummer
891597
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging verstekvonnis ontbinding huurovereenkomst wegens hennep in woning

In deze verzetprocedure heeft Stichting Mooiland gevorderd de huurovereenkomst met [opposant] te ontbinden en ontruiming van de woning te gelasten vanwege een door de politie aangetroffen zak hennep en hennepafval in de woning. Mooiland stelde dat sprake was van een hennepkwekerij, hennepdrogerij en hennepknipperij, alsmede betalingsachterstanden.

[opposant] voerde verweer dat er geen hennepkwekerij of professionele hennepdrogerij was, maar dat de hennepafvalzakken door zijn zoon waren achtergelaten zonder oogmerk tot handel. Ook stelde hij dat hij een langdurige huurder was met persoonlijke omstandigheden die een ontruiming onredelijk maken. De huurachterstand was beperkt en onder een betalingsregeling.

De rechtbank stelde vast dat geen sprake was van een hennepkwekerij of professionele hennepdrogerij en dat de hennepplanten vermoedelijk voor privégebruik waren. Overlast of risico’s zoals bij een kwekerij waren niet aangetoond. De enkele aanwezigheid van hennep vormt geen tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst. De huurachterstand rechtvaardigt geen ontbinding.

Daarom vernietigde de rechtbank het verstekvonnis en wees de vorderingen van Mooiland af. Mooiland werd veroordeeld in de proceskosten van de verzetprocedure, terwijl [opposant] de kosten van het niet verschijnen in eerste aanleg moest dragen.

Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd en de vorderingen tot ontbinding en ontruiming worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Kanton ‘s-Hertogenbosch
Zaaknummer: 891597
Rolnummer: 13-3318
Uitspraak: 13 juni 2013
in de zaak van:
Stichting Mooiland,
gevestigd te Ede,
eiseres,
gedaagde in het verzet,
gemachtigde: mr. I. Nikkels,
t e g e n :
[opposant],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
eiser in het verzet,
gemachtigde: mr. E.A.M. Brugman.
Partijen zullen hierna worden genoemd: “Mooiland” en “[opposant]”.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het door deze rechtbank op 7 maart 2013 tussen Mooiland als eiseres en [opposant] als gedaagde bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer 877124 en rolnummer 13-1310;
  • de verzetdagvaarding (aan te merken als de conclusie van antwoord).
Vervolgens is een comparitie bepaald. Deze heeft plaatsgevonden op 4 juni 2013. Beide partijen hebben ten behoeve van de comparitie nog stukken ingezonden.
Tenslotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Mooiland heeft in de verstekprocedure, kort weergegeven, gevorderd dat de huurovereenkomst tussen partijen wordt ontbonden en dat [opposant] wordt veroordeeld om de gehuurde woning te ontruimen.
Daaraan heeft zij, kort weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd.
Mooiland verhuurt sinds 3 juni 1996 aan [opposant] de woning c.a. aan de [adres] te [woonplaats]. De politie heeft op 17 juni 2012 een grote hoeveelheid hennep in de woning aangetroffen. [opposant] is tekort geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst omdat:
  • hij het gehuurde heeft gebruikt voor het telen van hennep;
  • hij in het gehuurde een hennepdrogerij en hennepkwekerij in werking heeft gehad;
  • hij in het gehuurde twee zakken met knipafval (van 2570 respectievelijk 1354 gram) voorhanden had alsmede onderdelen – een knipschaar – van een hennepknipperij;
  • hij 938 gram gedroogde hennep in het gehuurde voorhanden had;
  • hij met de hennepkwekerij, hennepdrogerij en hennepknipperij overlast heeft veroorzaakt in zijn woonomgeving;
  • hij de huur structureel te laat en onvolledig betaalt; en
  • hij een betalingsachterstand heeft over de maanden juli en augustus 2012.
2.2.
Bij het verstekvonnis is de vordering van Mooiland integraal toegewezen en is [opposant] veroordeeld in de proceskosten.
2.3.
[opposant] vordert in het verzet dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van Mooiland alsnog worden afgewezen.
Hij voert daartoe, kort weergegeven, het volgende aan.
Er was geen sprake van een hennepkwekerij of hennepdrogerij of hennepknipperij in het gehuurde. De oudste zoon van [opposant], [naam], heeft ten gevolge van een ongeval in 2010 hersenletsel. [naam] heeft in november/december 2010 op straat twee zakken met hennepafval gevonden. Hij is een fervent karpervisser en in die wereld is het gebruik van hennepboilies een bekend fenomeen. [naam] dacht van het afval een soort deeg te maken om als aas te gebruiken. De zakken heeft hij meegenomen naar de zolder van het gehuurde en daar omgegooid met de bedoeling de inhoud te laten drogen. Vervolgens is hij het vergeten en is er nimmer meer naar omgekeken. [opposant] wist daar niets vanaf.
De aangetroffen schaar was een gewone schaar en geen speciale hennepknipschaar. Het ging om (deels) verrotte wiettoppen. De aangetroffen hennep moet daarom als restafval worden beschouwd. Er was dus ook geen winst mee te behalen. Er was geen oogmerk om te handelen in hennep.
Daarnaast zijn de persoonlijke omstandigheden van [opposant] van belang. Hij is alleenstaand huisvader die de zorg voor twee kinderen had. Hij is op jonge leeftijd arbeidsongeschikt geworden en is enkele jaren geleden geopereerd aan een hernia. De laatste jaren kampt hij met zware hartklachten, waarvoor hij al meerdere malen werd gedotterd. Hij schijnt een vergroot hart te hebben. Door een gedwongen ontruiming zou hij een beroep moeten doen op de daklozenopvang. De belangen van [opposant] zouden daarom moeten prevaleren boven die van Mooiland.
Er is inderdaad sprake van een kleine huurachterstand. [opposant] heeft daarvoor met Mooiland een betalingsregeling getroffen, welke hij ook nakomt. [opposant] is al 17 jaar huurder. De eerste 12 jaar is er geen betalingsachterstand geweest. Daarna is er twee maal een achterstand geweest, welke hij vrijwel direct inliep.

3.De beoordeling

3.1.
[opposant] is tijdig in verzet gekomen.
3.2.
Tussen partijen staat het volgende vast.
Mooiland verhuurt aan [opposant] sinds 3 juni 1996 de woning c.a. aan de [adres] te [woonplaats].
Op 17 juni 2012 heeft de politie op de zolder van het gehuurde aangetroffen een zak hennep met een gewicht van 938 gram en twee zakken met hennepknipafval van 2570 gram en 1354 gram. Tevens is daar een schaar aangetroffen.
3.3.
Mooiland heeft niet onderbouwd en nergens uit blijkt dat in het gehuurde sprake was van een hennepkwekerij. In de tuin van het gehuurde bevonden zich vier hennepplanten. Voldoende aannemelijk is dat deze planten voor privégebruik waren bestemd. Van een hennepkwekerij kan daarom niet worden gesproken.
3.4.
In het gehuurde zijn geen bakken of rekken of ventilatoren of andere objecten bestemd voor het drogen van hennep aangetroffen. Er zijn ook geen speciaal voor het knippen van hennep bestemde voorwerpen aangetroffen, slechts een gewone schaar.
Aangenomen moet daarom worden dat zich in het gehuurde geen professionele hennepdrogerij en evenmin een professionele hennepknipperij bevond.
3.5.
Niet gesteld of gebleken is dat vanuit het gehuurde werd gehandeld in hennep of hennepproducten.
3.6.
Van bedrijfsmatige activiteiten in of vanuit het gehuurde is derhalve geen sprake en van een bestemmingswijziging van het gehuurde is derhalve evenmin sprake.
3.7.
Mooiland heeft haar stelling dat met de hennepdrogerij en de hennepknipperij overlast in de woonomgeving is veroorzaakt, onvoldoende onderbouwd. Daargelaten dat er geen sprake was van een ‘hennepdrogerij’ of ‘hennepknipperij’, blijkt nergens uit dat er als gevolg van de aanwezigheid van hennep in (of bij) de woning overlast, van welke aard dan ook – geur of stank of anderszins - voor de woonomgeving is ontstaan. Die stelling moet daarom worden verworpen.
3.8.
Er is in het onderhavige geval geen sprake van overlast voor de woonomgeving of van risico’s zoals dat het geval is bij een hennepkwekerij, waarbij voorzieningen worden getroffen en installaties worden aangelegd die leiden tot een verhoogd risico op waterschade en brand in de woning, met alle gevolgen van dien voor belendende percelen en voor de verzekerbaarheid van het woningbezit. Evenmin is sprake van een (bedrijfsmatige) hennepdrogerij of -knipperij. De enkele aanwezigheid van een (grote) hoeveelheid hennep in (dan wel op) het gehuurde betreft geen tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst. (De aanwezigheid in een gehuurde woning van een product van of een object verkregen uit illegale activiteiten levert, zonder meer, geen tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst op.)
Voor de huurachterstand van € 481,30 dan wel, na aftrek van de door Mooiland ontvangen huurtoeslag, € 297,21 heeft Mooiland een (verstek)vonnis verkregen. Vaststaat dat [opposant] voor die achterstand inmiddels een betalingsregeling heeft getroffen, welke hij nakomt. Dat [opposant] structureel achterstanden in de betaling van de huur laat ontstaan is onvoldoende onderbouwd.
3.9.
De conclusie is dan ook dat er, waar het de aanwezigheid van hennep betreft, geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst van de zijde van [opposant] en, waar daarvan ten aanzien van de huurachterstand wel sprake is, deze niet de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt.
3.10.
Het verstekvonnis zal daarom worden vernietigd en de vorderingen van Mooiland zullen alsnog worden afgewezen.
3.11.
Mooiland zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de verstek- en verzetprocedure. De kosten van het betekenen van het verstekvonnis en van het uitbrengen van de verzetdagvaarding zullen echter voor rekening van [opposant] komen, omdat deze kosten een gevolg zijn het feit dat hij in eerste instantie niet is verschenen.

4.De beslissing

De kantonrechter:
vernietigt het door deze rechtbank op 7 maart 2013 onder zaaknummer 877124 en rolnummer 13-1310 gewezen verstekvonnis;
en, opnieuw beslissend:
wijst de vorderingen af;
veroordeelt Mooiland in de kosten van de verstekprocedure, aan de zijde van [opposant] begroot op nihil, en in de kosten van de verzetprocedure (met uitzondering van na te melden kosten), aan de zijde van [opposant] begroot op € 300,- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de 15e dag na heden;
veroordeelt [opposant] in de kosten die zijn veroorzaakt door het aanvankelijk niet verschijnen, aan de zijde van Mooiland begroot op € 89,33 wegens kosten van de betekening van het verstekvonnis;
verklaart dit vonnis waar het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mr. J.H. Wiggers, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2013.