ECLI:NL:RBOBR:2013:4317
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gevangenisstraf voor medeplegen van vervoer van grote hoeveelheden amfetamine en MDMA
Op 12 februari 2013 werd verdachte samen met een medeverdachte aangehouden in een auto waarin vier pakketten met in totaal 10,6 kilogram amfetamine en 6,5 kilogram MDMA werden aangetroffen. De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de pakketten verboden middelen bevatten en dat hij nauw samenwerkte met de medeverdachte, waardoor hij als medepleger kan worden beschouwd.
Verdachte ontkende kennis te hebben van de drugs en gaf tegenstrijdige verklaringen over de gang van zaken, waaronder het wisselen van voertuigen en zijn rol in het vervoer. De rechtbank vond zijn verklaring niet aannemelijk, mede gelet op het feit dat verdachte actief en alert was bij het passeren van de verbalisanten en betrokken was bij het gebruik van een mobiele telefoon waarop relevante berichten werden aangetroffen.
De officier van justitie eiste 24 maanden gevangenisstraf waarvan 8 maanden voorwaardelijk. De rechtbank legde een lagere straf op van 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, mede vanwege de relatief kleine rol van verdachte in het geheel. Daarnaast werden bijzondere voorwaarden gesteld zoals reclasseringstoezicht en ambulante behandeling.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde bewezen en sprak verdachte vrij van hetgeen meer of anders was ten laste gelegd. Verdachte werd strafbaar verklaard voor medeplegen van het opzettelijk vervoeren van amfetamine en MDMA in strijd met de Opiumwet.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 30 mei 2013.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor medeplegen van het vervoeren van amfetamine en MDMA.