ECLI:NL:RBOBR:2013:4729
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.J.W. Hermans
- W. Schoorlemmer
- W.T.A.M. Verheggen
- Rechtspraak.nl
Geldboete voor medeplegen overtreding Wet bodembescherming en niet-melding wijziging sanering
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 26 augustus 2013 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een rechtspersoon, [bedrijf 1], wegens overtreding van milieuregels omtrent bodembescherming. De zaak betrof handelingen in maart 2010 waarbij verontreinigde grond zonder bodembeschermende maatregelen werd opgeslagen op een saneringslocatie, en het niet tijdig melden van wijzigingen aan het bevoegd gezag.
Uit het dossier bleek dat de toplaag van de ontgraven grond tijdelijk in depot was gezet zonder het aanbrengen van folie of andere beschermende maatregelen, wat de bodem verder kon verontreinigen. De rechtbank oordeelde dat zowel [bedrijf 1] als [bedrijf 2] zich als medeplegers schuldig hadden gemaakt aan overtreding van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming. Daarnaast werd vastgesteld dat de meldplicht over de gewijzigde saneringswijze niet was nageleefd, wat strafbaar is gesteld in artikel 39b, derde lid van dezelfde wet.
De rechtbank verwierp de verdediging dat het depot slechts kort bestond en dat de bodem al verontreinigd was, en ook het verweer dat de meldplicht niet van toepassing zou zijn. De strafmaat werd bepaald met inachtneming van de ernst van de feiten en de beperkte rol van [bedrijf 1]. Uiteindelijk werd een geldboete van €5.000 opgelegd voor het medeplegen van de overtreding en een voorwaardelijke boete van €5.000 met een proeftijd van twee jaar voor het niet melden van de wijzigingen.
Uitkomst: Rechtspersoon opgelegd een geldboete van €5.000 voor medeplegen overtreding en een voorwaardelijke boete van €5.000 met proeftijd van 2 jaar voor niet-melding wijziging sanering.