ECLI:NL:RBOBR:2013:4731
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.J.W. Hermans
- W. Schoorlemmer
- W.T.A.M. Verheggen
- Rechtspraak.nl
Geldboete voor medeplegen overtreding Wet bodembescherming door rechtspersoon
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen een rechtspersoon die werd verdacht van het medeplegen van overtredingen van de Wet bodembescherming. De tenlastelegging betrof het opslaan en toepassen van verontreinigde grond zonder bodembeschermende maatregelen en het niet laten vaststellen van de kwaliteit van grond volgens het Besluit bodemkwaliteit.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van de eerste tenlastelegging omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat het bedrijf wist of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat de grond verontreinigd was. Uit het dossier bleek dat relevante informatie over mogelijke verontreiniging niet aan de verdachte was gericht of bekend was.
Ten aanzien van de tweede tenlastelegging oordeelde de rechtbank dat de verdachte samen met een andere partij de keuringsplicht had overtreden door grond toe te passen zonder dat de kwaliteit was vastgesteld. Dit werd wettig en overtuigend bewezen verklaard, waarna de rechtbank de verdachte strafbaar achtte en een geldboete van €20.000 oplegde.
Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, de persoonlijke situatie van de verdachte en het feit dat de vennootschap failliet is. De rechtbank legde een lagere boete op dan geëist, omdat minder feiten bewezen waren dan door de officier van justitie gesteld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het eerste feit en veroordeeld tot een geldboete van €20.000 voor het medeplegen van overtreding van artikel 8 Wet bodembescherming.