Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van een maatregel.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer2] (feiten 1 en 2):
€ 7.388,50, bestaande uit een bedrag van € 2.088,50 aan materiële schade en een bedrag van € 5.300,= aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
T.a.v. feit 1 en 2:
€ 5.300,= immateriële schadevergoeding en materiële schadevergoeding € 2.088,50.