ECLI:NL:RBOBR:2013:5038

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
29 augustus 2013
Publicatiedatum
11 september 2013
Zaaknummer
01/025065-02
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling na dubbele moord vanwege veiligheidsrisico

Bij vonnis van 21 augustus 2002 is de betrokkene ter beschikking gesteld wegens dubbele moord. Deze maatregel is reeds meerdere malen verlengd, laatstelijk op 11 december 2012. De verpleging van overheidswege werd op 19 maart 2013 voorwaardelijk beëindigd. De officier van justitie verzocht op 31 juli 2013 om verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar vanwege veiligheidsrisico's.

Tijdens de openbare terechtzitting van 29 augustus 2013 werden de officier van justitie, deskundigen, de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord. De reclassering adviseerde op 4 juli 2013 een verlenging vanwege de korte periode van toezicht na elf jaar klinische behandeling en de noodzaak van een geleidelijke resocialisatie en begeleiding door het FACT-team.

Diverse deskundigen onderschreven dit advies. De terbeschikkinggestelde erkende de verlenging. De raadsman verzette zich niet tegen de vordering. De rechtbank oordeelde op grond van artikel 38d en 38e Sr dat de veiligheid van anderen de verlenging eist en besloot de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met één jaar vanwege veiligheidsrisico's.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht
Parketnummer: 01/025065-02
Uitspraakdatum: 29 augustus 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1961],
verblijvende te[plaats],[adres].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 21 augustus 2002 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 11 december 2012 met één jaar verlengd. De verpleging van overheidswege is bij beslissing van deze rechtbank van 19 maart 2013 voorwaardelijk beëindigd.
De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 31 juli 2013 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.
Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 augustus 2013. Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.
In het dossier bevinden zich onder andere:
  • het advies van de reclassering van 4 juli 2013;
  • het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van een dubbele moord, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
In voornoemd advies van de reclassering is onder meer het navolgende gesteld:
‘De reclassering adviseert een verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met een jaar. Het toezicht in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging heeft thans drie maanden geduurd. Dit is een zeer korte periode voor een resocialisatietraject in de samenleving na elf jaar in een hoog beveiligde klinische setting te hebben doorgebracht en om het resultaat van het huidig risicomanagement te kunnen evalueren. In het eerder reclasseringsadvies werd geconcludeerd op basis van de RISc dat de kans op recidive als laaggemiddeld wordt beschouwd, mits de balans tussen draagkracht en draaglast in evenwicht is. Deze conclusie is ook nog in deze fase van toepassing. Daarnaast heeft betrokkene nog een periode van gewenning nodig onder begeleiding en toezicht van de reclassering om een ‘zachte’ landing in de maatschappij te kunnen bewerkstelligen. Tevens vindt de reclassering het wenselijk dat wordt zorggedragen voor het starten van de forensische poliklinische behandeling door het FACT-team bij De Omslag, om uiteindelijk de begeleiding en ondersteuning naar het FACT-team van de reguliere zorg volledig te kunnen overdragen.’
Naast het rapport van de reclassering van 4 juli 2013 zijn externe adviezen van deskundigen ingewonnen bij psycholoog A.J. de Groot (rapportage d.d. 31 mei 2013), psychiater dr. E.D.M. Masthoff (rapportage d.d. 5 juni 2013) en psychiater dr. L.H.W.M. Kaiser (rapportage d.d. 30 juni 2013). Deze deskundigen onderschrijven allen het advies van de reclassering van 4 juli 2013.
De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:
De verpleging van overheidswege is pas onlangs voorwaardelijk beëindigd. Het gaat heel goed met mij nu. Ik begrijp dat de terbeschikkingstelling nog een jaar wordt verlengd.
De deskundige H.J.G.P. Vloet, reclasseringswerker en optredend namens de reclassering, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies.
De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:
Ik persisteer bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar.
De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:
Ik verzet mij niet tegen toewijzing van de vordering van de officier van justitie.
De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.
Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:
verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.
Deze beslissing is gegeven door
mr. M.A. Waals, voorzitter,
mr. H.H.E. Boomgaart en mr. C.P.C. Kuijs, leden,
in tegenwoordigheid van M.J.H. Rijnbeek, griffier,
en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 augustus 2013.
Mr. C.P.C . Kuijs is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.