ECLI:NL:RBOBR:2013:5174
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor mensenhandel met schadevergoeding aan minderjarig slachtoffer
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor mensenhandel gepleegd tussen januari en oktober 2010 waarbij het slachtoffer, destijds minderjarig, werd uitgebuit in de prostitutie. Verdachte had onder meer een (liefdes)relatie met het slachtoffer, verschafte onderdak, regelde kleding en vervoer, en dwong het slachtoffer tot prostitutiewerk.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van verleiding tot ontucht wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. De verklaringen van het slachtoffer werden ondanks enkele tegenstrijdigheden als betrouwbaar beoordeeld, mede vanwege bevestiging door getuigen en een audiogesprek waarin de stem van verdachte werd herkend.
De rechtbank wees de vordering van het slachtoffer tot immateriële schadevergoeding toe van €5.000, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het delict. De opgelegde straf is een gevangenisstraf van 15 maanden met aftrek van voorarrest. De rechtbank verwierp het beroep op niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie en constateerde slechts een vormverzuim bij het niet volledig audiovisueel registreren van verklaringen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf en betaling van €5.000 schadevergoeding voor mensenhandel, vrijgesproken van verleiding tot ontucht.