De terbeschikkinggestelde is sinds 2002 ter beschikking gesteld wegens poging tot doodslag en de maatregel was reeds in 2012 met een jaar verlengd. De officier van justitie verzocht op 6 augustus 2013 om verlenging van de terbeschikkingstelling met nogmaals een jaar. Tijdens de zitting van 10 september 2013 werden de officier van justitie, deskundigen, de terbeschikkinggestelde en haar raadsvrouwe gehoord.
De deskundigen rapporteerden over de psychotische, persoonlijkheids- en middelenproblematiek van de terbeschikkinggestelde, die gekenmerkt wordt door paranoïde wanen, hallucinaties en impulsief, grensoverschrijdend gedrag. Ondanks medicatiegebruik en behandeling blijft zij afhankelijk van intensieve begeleiding en structuur binnen de kliniek. Een eerdere poging tot plaatsing in een andere instelling leidde tot stress en destabilisatie.
De reclassering adviseert de TBS met één jaar te verlengen en een maatregelenrapport op te stellen om te beoordelen of voorwaardelijke beëindiging mogelijk is. De rechtbank acht verlenging noodzakelijk vanwege de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid. De beslissing over de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging wordt voor maximaal drie maanden aangehouden om nader advies van de reclassering te verkrijgen.
De rechtbank beveelt de reclassering aan een rapport op te stellen en stelt de stukken ter beschikking van de officier van justitie. De zaak wordt aangehouden tot de nadere terechtzitting, waarbij alle betrokkenen worden opgeroepen.