De rechtbank Oost-Brabant heeft op 7 oktober 2013 uitspraak gedaan in een zaak tegen een minderjarige verdachte die openlijk geweld heeft gepleegd tegen twee jonge kinderen in 's-Hertogenbosch. De feiten vonden plaats in november 2012 op de openbare weg, waarbij de verdachte samen met anderen de slachtoffers heeft mishandeld door te schelden, vasthouden, slaan en beletten verder te fietsen.
De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van aangiften en bekennende verklaringen van de verdachte. De verdachte was op het moment van de feiten 12 jaar oud en was enigszins verminderd toerekeningsvatbaar. Dit werd bevestigd door een psychologisch rapport dat een relatie legde tussen zijn zwakbegaafdheid en gedragingen, zonder dat hij in zijn wilsvrijheid werd beperkt.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de impact op de slachtoffers en de maatschappelijke onrust die dergelijke geweldpleging veroorzaakt. Tegelijkertijd werden de jeugdige leeftijd, openheid, medewerking en het feit dat de verdachte niet de initiatiefnemer was strafverminderend meegewogen.
De opgelegde straf bestond uit een leerstraf van 40 uur en een voorwaardelijke werkstraf van 20 uur met een proeftijd van twee jaar, inclusief toezicht door de jeugdreclassering. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden.