Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Vrijspraak ten aanzien van feit 1 primair en feit 2.
De bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 subsidiair.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
De motivering van de beslissing.
g(presentjes uitvoerders) en 3
l(kosten huishoudelijke hulp), nu er ten aanzien van die posten geen sprake is van rechtstreeks door het ten laste gelegde feit door toedoen van verdachte toegebrachte schade. De benadeelde partij dient in die posten niet ontvankelijk verklaard te worden. De gevorderde immateriële schadevergoeding is voor toewijzing vatbaar. Het toe te wijzen bedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente. De officier van justitie heeft verder gevorderd aan verdachte de maatregel van schadevergoeding ingevolge artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.
a, 1
b, 1
d, 1
e, 1
g, 1
h, 1
ien 3
lkunnen niet als rechtstreeks door het ten laste gelegde feit door toedoen van verdachte toegebrachte schade worden beschouwd. Het onder onderdeel 3
kgenoemd verlies aan verdienvermogen voor zover betrekking op de periode 19 september 2013 tot 19 januari 2014 netto is onvoldoende onderbouwd. De verdediging heeft afwijzing van deze onderdelen bepleit. De onder 1
cgevorderde schade dient bij gebrek aan voldoende onderbouwing te worden gematigd. De onder 4 gevorderde immateriële schade dient eveneens te worden gematigd dan wel afgewezen te worden, nu deze schade onvoldoende is onderbouwd en voorts de aangehaalde zaken uit de smartengeldgids geheel niet vergelijkbaar zijn met het voorliggende geval. De onder 2 genoemde kosten zijn voor toewijzing vatbaar.
j(daggeldvergoeding; € 112,00) voor toewijzing vatbaar, nu dat onderdeel genoegzaam is onderbouwd en daartegen geen gemotiveerd verweer is gevoerd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank verder voldoende gebleken dat de kleding van de benadeelde partij als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen beschadigd is geraakt. De rechtbank begroot deze schade naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid op € 220,00.
f,1
h, 1
i, 3
ken 3
leen onevenredige belasting op van het strafgeding. De rechtbank zal de benadeelde partij derhalve in die onderdelen van haar vordering niet ontvankelijk verklaren en bepalen dat zij die onderdelen slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
straf:
gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;
groot 2 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte voor het einde van een
proeftijd van 2 jarenéén of meer van de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd;
maatregel: