De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 8 oktober 2013 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van een terbeschikkinggestelde die was veroordeeld voor brandstichting en diefstal met geweld. De terbeschikkingstelling was reeds meerdere malen verlengd en voorwaardelijk beëindigd.
Diverse deskundigen, waaronder psychiaters en een klinisch psycholoog, brachten rapporten uit over het recidiverisico van de terbeschikkinggestelde. Psychiater Brugman en psycholoog Versteijnen schatten het risico op herhaling van ernstige delicten als laag tot matig en adviseerden de terbeschikkingstelling niet te verlengen. De reclassering en psychiater Nijdam adviseerden juist verlenging vanwege het belang van het resocialisatieproces.
De rechtbank oordeelde dat verlenging alleen gerechtvaardigd is als dit noodzakelijk is voor de veiligheid van anderen. Gezien het lage risico op herhaling en het advies van Brugman en Versteijnen, wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie af en besloot de terbeschikkingstelling niet te verlengen en de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging niet voort te zetten.