Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
tevens handelende onder de naam Florius,
1.[eiser 1],
[eiser 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
In deze zaak heeft de rechtbank Oost-Brabant geoordeeld over de vraag of de grosse van een hypotheekakte een executoriale titel vormt jegens erfgenamen die de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. De hypotheekakte was gevestigd ten behoeve van eiseres, een hypotheekhouder, op een appartementsrecht dat toebehoorde aan wijlen mevrouw X. Na haar overlijden hebben haar erfgenamen, de gedaagden, de nalatenschap zuiver aanvaard.
Eiseres wenste executoriaal beslag te leggen op de grosse van de hypotheekakte wegens een restschuld van circa € 80.000 die niet kon worden voldaan uit de nalatenschap. De deurwaarder stelde een bezwaar in tegen de wijze van executie en verzocht de voorzieningenrechter hierover te oordelen. De rechtbank stelde vast dat de grosse van een notariële akte executoriale kracht kan hebben en dat de erfgenamen door de zuivere aanvaarding ook met hun eigen vermogen aansprakelijk zijn voor de schulden van de nalatenschap.
De rechtbank concludeerde dat geen wettelijke vereffening van toepassing is die de executie zou beperken en dat de hypotheekakte derhalve als executoriale titel tegen de erfgenamen kan worden gebruikt. De voorzieningenrechter bepaalde dat de grosse ten uitvoer kan worden gelegd tegen de gedaagden en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De grosse van de hypotheekakte kan ten uitvoer worden gelegd tegen de erfgenamen die de nalatenschap zuiver hebben aanvaard.