Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis in het incident van 3 juli 2013
- de aktes van [onderneming B] en [onderneming A] d.d. 31 juli 2013
- de akte van [onderneming A] d.d. 28 augustus 2013.
2.De verdere beoordeling in het incident
kondit doen. [onderneming B] is hierdoor niet in een nadeligere positie gesteld ten opzichte van de positie van [onderneming A].
3.De beslissing
13 november 2013voor uitlating van [onderneming B] omtrent hetgeen hiervoor onder 2.5. is overwogen en voor het opgeven van verhinderdata in de maanden januari, februari, maart en april 2014 zoals hiervoor onder 2.7 aangegeven,