ECLI:NL:RBOBR:2013:6241
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.J. de Lange
- J.L.M. Dohmen
- J. Heijerman-Verbeet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek wegens niet in werking getreden milieuvergunning en ontbreken rechtstreeks werkende bepalingen
Eisers verzochten handhaving tegen de opslag van meer puin dan toegestaan binnen een inrichting van derde-partij. Verweerder had eerder een last onder dwangsom opgelegd wegens activiteiten zonder een in werking getreden milieuvergunning, maar kon niet handhavend optreden op basis van de milieuvergunning omdat deze nog niet in werking was.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar van verweerder tegen handhaving op grond van artikel 5:6 Awb Pro niet standhoudt, omdat het gaat om verschillende overtredingen: het ontbreken van een in werking getreden vergunning versus het overschrijden van de opslaglimiet volgens de vergunning.
Echter, omdat de milieuvergunning nog niet in werking was ten tijde van het besluit, kon de naleving van de voorschriften niet worden afgedwongen. Daarnaast bevat het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen geen relevante rechtstreeks werkende bepalingen om handhavend op te treden tegen langdurige opslag van puin.
Daarom werd het beroep van eisers ongegrond verklaard. De rechtbank wees proceskostenveroordeling af en informeerde over het recht op hoger beroep binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard wegens niet in werking getreden milieuvergunning en ontbreken van rechtstreeks werkende bepalingen voor handhaving.